• Artikelen

Lekker kapotmaken, al dat kostbare steen

Bouke Ylstra (1933-2009) was een veelzijdig kunstenaar. Hij kreeg veel opdrachten voor wanden in de openbare ruimte en gebouwen, waaronder in Rotterdam. De marmeren intarsia's in de Doelen en metrostation Stadhuis zijn de bekendste.

Lekker kapotmaken, al dat kostbare steen

Bouke Ylstra bij een van zijn werken in de jaren vijftig.

Collectie boukeylstra.nl

“Ik denk dat niemand in Nederland zoveel monumentale opdrachten heeft gehad als ik. Dat moeten er meer dan honderd zijn, waarvan alleen al 22 kleuterscholen – grapje,” aldus kunstenaar Bouke Ylstra in een interviewartikel in 1979. De kwinkslag tekende de vrolijk pratende Ylstra die met zijn grote bril en reuzesnor net zo kleurrijk was als sommige van zijn kunstwerken, maar die ook sober zwart-wit kon werken. Inderdaad was hij zeer productief geweest in de naoorlogse periode. Het was twintig jaar eerder in 1959 begonnen met een mozaïek voor de firma Frico in Leeuwarden, “een enorme start”, zeventig meter lang. “Daarna is het nooit meer opgehouden.” Ook zonder 22 kleuterscholen was het opdrachtencircuit goed voor hem geweest.

Lekker kapotmaken, al dat kostbare steen

Detail van de tegelwand voor de kantine van de Fricofabriek in Leeuwarden. Het werk van Ylstra bevatte voorstellingen uit het boerenbedrijf, de industrie en uit de verre streken waar de producten naar geëxporteerd werden.

Leeuwarder Courant, 28 november 1959

Rol in de openbare ruimte

En vice versa. Want de wandkunst die hij maakte, ging verder dan decoratie. Ylstra was meer dan veel anderen diep betrokken bij wat kunst in de openbare ruimte voor rol had, en zocht voorbij de oppervlakte. Letterlijk en figuurlijk. Toen hij in 1968 voor de nieuwe metrohalte Stadhuis een wand zou versieren, nam hij nadrukkelijk de plek en functie en doelgroep in ogenschouw. Dagelijks zouden er duizenden mensen langs gaan komen, vaak gehaast, die iets zien maar geen tijd hebben om echt te kijken. Dus, bedacht hij, moest de voorstelling aansluiten bij de metro voor wat betreft materiaal en beweeglijkheid. Na honderden tekeningen kwam hij tot een ogenschijnlijk abstract ontwerp, dat bij een tweede blik herkenbaar is als een panorama: de twee stadshelften van Rotterdam aan weerszijden van de rivier, met de tunnel, bruggen en metro.

Lekker kapotmaken, al dat kostbare steen

De marmeren intarsie bij metrostation Stadhuis.

Stadsarchief Rotterdam

Grafische wanden

Daarin is te zien dat hij van huis uit graficus was. De voorstelling is namelijk opgebouwd uit enkel zwarte lijnen, net als een ets, maar dan door middel van een unieke intarsiatechniek. In een ondergrond van wit marmerbeton had hij met een beitel lijnen weg gebikt, de steenkristallen in het materiaal versplinterend. “Die weggesprongen kristallen doen een lijn ontstaan, die veel lijkt op de lijn die bij de ets zo karakteristiek is,” zei Ylstra en noemde het een grafische wand. Daarvan maakte hij een hele serie: in Haarlem, Zwijndrecht en nog twee in Rotterdam. Eén daarvan maakte hij bij de Gemeentedrukkerij niet ver van metrostation Stadhuis, de andere in De Doelen.

Lekker kapotmaken, al dat kostbare steen

Grafische wand bij de Gemeente Drukkerij in de Bredestraat in Rotterdam.

Stadsarchief Rotterdam, 1965

De Doelen

Bij De Doelen mocht het natuurlijk wat glamoureuzer zijn. Daarom koos hij drie soorten natuursteen: witte cristallina, grijs lavoliet, en zwart marmer waarmee hij witte vormen omgaf. Ook dat kostbare materiaal ging hij “lekker kapotmaken,” zoals hij het inkrassen beschreef, waarna de lijnen zwart werden opgevuld en gepolijst. Chic werd de muur in De Doelen, terwijl zijn metrowand veel meer ‘van de straat’ was: hard, grafisch, zoals later graffitispuiters ook hun tekeningen op wanden achterlaten om zich de stad toe te eigenen. 

Lekker kapotmaken, al dat kostbare steen

De marmeren intarsia bij de entree van de Grote Zaal in de Doelen van Bouke Ylstra.

C. Booms en K. Rodenburg, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, 20534687, 2010
Lekker kapotmaken, al dat kostbare steen

De intarsia van Ylstra markeert nog steeds de entree van de grote zaal in het concertgebouw de Doelen.

C. Booms en K. Rodenburg, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, 20534687, 2010

Rotterdam Mon Amour

Maar dat deed Ylstra dus ook, zich de stad toe-eigenen. Ook in zijn vrije werk reflecteerde hij op wat Rotterdam en deze naoorlogse tijd voor hem betekenden. Beroemd werd zijn schilderij Rotterdam Mon Amour uit 1961 over het bombardement van 1940, waarmee hij met gemengde gevoelens terugkijkt op zijn jeugd en de stad van toen. Hierin combineerde hij de spontane lijnvoering van Cobra en het sjabloonkarakter van Pop Art tot een eigen stijl waar hij aan vast zou blijven houden. Het schilderij kreeg een prijs in Cannes en betekende zijn doorbraak. 

En nu moet ik weer een wandschildering in een lunchroom in Den Haag gaan restaureren. Daar hebben ze allemaal gehaktballen tegen aan gegooid. (Havenloods, 1968)

Lesgeven

Intussen was hij in 1960 gaan lesgeven, eerst aan de Havenvakschool in Rotterdam, toen even in Eindhoven, tot hij in 1964 op verzoek van Pierre Janssen, directeur van de kunstacademie in Rotterdam, daar de etsklas ging leiden. Na een paar jaar werd hij er afdelingsdocent gebonden kunsten. Dat betrof de kunst in opdracht, aan gebouwen, in de openbare ruimte, een terrein dat hem zeer boeide en waar hij veel zag veranderen. De opkomst van de omgevingsvormgeving zorgde er namelijk voor nóg meer integratie van kunst en leven. Maar voor sommigen ging dat te snel. In 1972 verliet hij daarom zelfs uit onvrede de academie: zijn pogingen om studenten mee te krijgen in de nieuwe ideeën over openbare ruimte, over vormgeving boven mozaïeken, liepen vast. Ze wilden niet. 

Lekker kapotmaken, al dat kostbare steen

Gravures in de Gemeentesecretarie in Hoogvliet van Bouke Ylstra uit 1957.

Gewoonheid van zijn werk

Ylstra had ook zonder deze baan genoeg te doen - exposities, opdrachten, tussendoor maakte hij reizen en hij ging adviestaken vervullen voor onder meer kunst in de gebouwde omgeving. De omgevingsvormgeving veranderde zijns inziens de rol van de kunstenaar: “Hij heeft een taak gekregen, hoeft als hij dat wil, geen kluizenaar op een kamertje meer te zijn. Hij krijgt de ruimte om, met alle middelen die er zijn, een rol te spelen in de samenleving. Zo moet het in elk geval zijn.” Die integratie had ook tot gevolg dat de verhevenheid van kunst eraf ging. “Als bijzonder mens heeft-ie (…) afgedaan. Hij doet mee als iedereen,” zei hij over zichzelf en zijn vakgenoten. Zelf vond hij bij opdrachten dat hij gewoon een baan had zoals een monteur telefoondraden aanlegde: beiden werkzaam bij de PTT – hij voor de wandkunst, de ander voor de bedrading. Prima, vond hij: “Juist door de gewoonheid van mijn werk heb ik er aardigheid in.” 

Lekker kapotmaken, al dat kostbare steen

Cover boek over Bouke Ylstra

Observeren

Die manier van relativeren was onderdeel van zijn visie op kunst. Kunst moest communiceren en wandkunst moest onderdeel zijn van de leefwereld. Als maker daarvan wilde hij graag weten wat er leefde bij het publiek, kijken hoe hij kon zorgen dat het werk ze interesseert, inspiratie ophalen uit hun opvattingen misschien. In maart 1968 was hij nog eens de proef op de som gaan nemen bij de metro, om het publiek te observeren. “Je bent toch benieuwd of ze kijken en hoe ze reageren. Toen kwam er een stel mensen. Een klein jongetje: ‘Hé, kijk nou es, wat is dat nou?’ ‘Ja, dat weet ik niet hoor’, zei de vader. De kinderen kijken er naar, de ouderen veel te weinig. Overigens vonden ze allemaal de roltrap ernaast veel mooier.” 

“Oh nee! Dat duurt maanden. Eerst ga je er eens over nadenken. Je vergeet het weer even. Dan schiet je iets te binnen en je maakt een schetsje. Die schetsen werk je later verder uit en je maakt een maquette op schaal. Heel klein maar hoor, 1op 100. Langzaam aan krijgt de gedachte vast vorm, maar dan ben je ook maanden verder,” – antwoord op de vraag of hij bij een opdracht al meteen ziet wat hij gaat doen. 

‘Bouke Ylstra: Een grafisch natuursteen intarsia,’ Tussen Kop en Staart, personeelsblad GEB Dordrecht, z.j.

Overzicht beeldende kunst in Rotterdam

  • Zes gezandstraalde ramen. Gemeentesecretarie Hoogvliet. Architect B.M. den Hollander. 1957. Intact.
  • Wandschildering m.s. Alamak. 1959. Status onbekend.
  • Grafische wand. Gemeentedrukkerij Rotterdam. 1963. Architect N.J. van der Horn. Intact.
  • Houtplastiek. Gemeentedrukkerij Rotterdam. 1963. Architect N.J. Van der Horn. Status onbekend
  • Natuurstenen grafische wand. Grote zaal De Doelen Rotterdam. Architect Kraaijvanger Architecten en R.H. Fledderus. 1965. Intact.
  • Natuurstenen grafische wand. Metrostation Stadhuis. Architect C. Veerling. 1965. Intact.
  • Wandschilderingen. Bijenkorf Rotterdam, o.a. 1e etage. 1962-63. Verdwenen.
  • Keramische wand. Sporthal Nederlandse Hogeschool, Rotterdam. Architect Elffers Van der Heyden Hoogeveen. 1970. Intact.
  • Opdracht Afvalverwerkingsbedrijf Rijnmond, Rotterdam. 1970. Status onbekend.
  • Westelijk Handelsterrein. 2001.

Bronnen

‘Bouke Ylstra: Een grafisch natuursteen intarsia,’ Tussen Kop en Staart (personeelsblad GEB Dordrecht), z.j.; ‘Grafische “frutsels” in warenhuizen’, Algemeen Dagblad, 20 januari 1962; ‘Kunst onder de grond. Metrostation Stadhuis krijgt IJlstra-wand’, Rotterdamsch Nieuwsblad, 26 mei 1965; Dolf Welling, ‘Bouke IJlstra schildert Bond en bloot’, Rotterdamsch Nieuwsblad, 11 december 1965; Bouke Ylstra, Schiedam 1968; E. van de Mortel, ‘Eigenlijk ben ik een soort waanzinnige klungelaar’, De Havenloods, 18 januari 1968; G. Kruis, ‘Bouke IJlstra: monumentale kunst is geen grote schnabbel’, Trouw, 16 maart 1968; R. Robijns, ‘Bouke IJlstra: iets moois voor onze vuilnismannen’, Het Vrije Volk, 3 februari 1973; P. Bulthuis, Bouke Ylstra, Hendrik-Ido Ambacht, 1979; Bouke Ylstra, Dordrecht 1985; J. Gaertman, J. Ylstra, Bouke Ylstra. Etsen 1953-1993, Eindhoven 1993; Documentatiemappen RKD.

Citaten: “Ik denk dat niemand in Nederland zoveel monumentale opdrachten heeft gehad als ik. Dat moeten er meer dan honderd zijn, waarvan alleen al 22 kleuterscholen – grapje.” Bouke Ylstra (P. Bulthuis, Bouke Ylstra, Hendrik-Ido Ambacht, 1979); “Juist door de gewoonheid van mijn werk, heb ik er aardigheid in.” – Bouke Ylstra (P. Bulthuis, Bouke Ylstra, Hendrik-Ido Ambacht, 1979); “Vroeger was de beeldend kunstenaar iemand die op een zolderkamer verbleef, en daar een stilleven vervaardigde van een tweetal makrelen, die hij vervolgens op at als avondmaaltijd. Nu adviseert hij, als het goed is, over het aanzien van de nieuwe vissersvloot,” – Bouke Ylstra (P. Bulthuis, Bouke Ylstra, Hendrik-Ido Ambacht, 1979)

Geschreven door Sandra Smets.

Op de website van het BKOR-CBK Rotterdam is meer te vinden over de twee Rotterdamse kunstwerken in de openbare ruimte.

De kunstenaar heeft ook een eigen website waar vooral vrij werk te zien is.

Kunstenaar
Bouke Ylstra (1933-2009)
Kunstenaar
Bouke Ylstra