Lotte Stam-Beese en de wederopbouw van Rotterdam

Hanneke Oosterhof promoveerde op het werk en leven van de Duits-Nederlandse stedenbouwkundig architecte Lotte Stam-Beese (1903-1988). In dit artikel schetst ze een kort beeld van het werk dat Stam-Beese deed voor de wederopbouw en de stedelijke uitbreiding van Rotterdam.

Leestijd 4 minuten

Architect
Lotte Stam-Beese
Het verhaal van
Hanneke Oosterhof
Categoriën
Gastbijdragen
Lotte Stam-Beese en de wederopbouw van Rotterdam

1951, Van Adrichemweg met woonpad en gemeenschappelijke tuin

Collectie Stadsarchief Rotterdam, fotograaf onbekend

De Duits-Nederlandse Lotte Stam-Beese (1903-1988) begon in 1946 als stedenbouwkundig architecte bij de gemeente Rotterdam. Ze bleef er tot haar pensioen in 1968 de enige vrouwelijke architect. Stam-Beese realiseerde talloze ontwerpen voor de wederopbouw en de stedelijke uitbreiding van Rotterdam. Ze maakte zowel ontwerpen voor de binnenstad, met name voor het gebied rond de Coolsingel, als voor de nieuw te bouwen woonwijken. Haar ontwerpen voor de binnenstad zijn niet gerealiseerd, die voor een aantal woonwijken wel.

Nieuwe Bouwen

Zo zijn respectievelijk Kleinpolder (1946-1952), Pendrecht (1948-1952), Het Lage Land (1961-1962) en Ommoord (1962-1969) van haar hand. Dit zijn modernistische wijken, ontworpen volgens de opvattingen van het Nieuwe Bouwen met een heldere en ruimtelijke structuur, een scheiding tussen wonen, werken, verkeer en recreatie en aangelegd met veel ‘groen’. De wijken hebben naast deze algemene kenmerken ook ieder hun eigen karakteristiek.

Het woonpad

Voor Kleinpolder is dat bijvoorbeeld het zogenoemde ‘woonpad’ dat Stam-Beese in Nederland introduceerde: een betegeld voetpad gelegen tussen twee woonblokken dat de woningen ontsluit naar een verkeersstraat. Het groen tussen de paden was bedacht als een gemeenschappelijke tuin, ingericht met zitbanken en speelgelegenheid voor kinderen. Stam-Beese kende het fenomeen van het woonpad van de woonwijk KhTZ in Charkov in de Oekraïne waar ze beginjaren dertig als architecte werkzaam was.

Lotte Stam-Beese en de wederopbouw van Rotterdam

Lotte Stam-Beese, structuurschets ROCA (Rotterdam-Oost /Capelle aan den IJssel) studies, krijt en kleurpotlood op calque, februari 1960.

Collectie: Het Nieuwe Instituut, Rotterdam

Pendrecht

In Pendrecht paste ze, in samenspraak met architecten van de vereniging ‘Opbouw’ die ook voor Pendrecht ontwerpen maakten, de zogenoemde ‘wooneenheid’ toe. Deze eenheid omvatte ongeveer 90 woningen bedoeld voor verschillende gezinssamenstellingen. Stedenbouwkundig bestond de eenheid uit twee stroken etagebouw van drie en vier lagen voor kleine gezinnen, twee laagbouwstroken van twee lagen voor grote gezinnen en een strook woningen voor ‘ouden van dagen’, alle gegroepeerd rondom een gemeenschappelijke tuin. Binnen de wooneenheid wisselden verkeerstraten en autovrije speelstraten elkaar af.

Mammoets

Voordat Stam-Beese de woonwijken Het Lage Land en Ommoord, beide gelegen in de voormalige Prins Alexanderpolder, ontwierp, maakte ze diverse studieschetsen voor het gehele gebied van de polder. Het zijn kleurige schetsen waarbij naast bestaande rivieren, namelijk de Rotte in het noorden en de Hollandsche IJssel in het zuiden, en wegen nieuwe woongebieden zijn ingetekend. Opvallend zijn de hoge flats, ook wel ‘mammoets’ genoemd, die verspreid in het landschap verschijnen. In de gerealiseerde woonwijk Het Lage Land projecteerde Stam-Beese aan de zuidkant, die grenst aan het polderlandschap, twee hoogbouwcomplexen in de vorm van molenwieken. De gebouwen staan vrij in de ruimte.

Knik in flats

Voor haar finale ontwerp voor de woonwijk Ommoord koos Stam-Beese voor een hoogbouwkern in het midden van de wijk met daaromheen, gescheiden door een rondweg, laagbouwbuurten. De verhouding hoogbouw versus laagbouw was 64 : 36%. Opvallend is de vorm van een aantal flats. Deze zijn niet opgebouwd uit een rechte lijn, maar hebben een knik. Drie geknikte flats gaan een ruimtelijke verbinding aan met vier rechte flats en met een torenflat en vormen zo een ensemble. In de ruimte en het gebied hiertussen vormt zich, in de woorden van de ontwerpster ‘een groene binnenruimte’, die is uitgerust met speelplekken voor kinderen, zitplekken en wandelpaden. Ommoord was in 1967 de eerste hoogbouwwijk van ons land, een jaar later gevolgd door de Amsterdamse Bijlmer.

Terugkijkend op haar werk

De wijk kwam op de valreep van het modernisme gereed. Slechts een van de vijf door Stam-Beese ontworpen laagbouwbuurten, namelijk Buitenlust, werd uitgevoerd naar haar ontwerp. Inmiddels was er kritiek gekomen op het functionalistische Nieuwe Bouwen. Woonerven en de zogenoemde bloemkoolstructuur met rondlopende straten kwamen begin jaren zeventig binnen de stedelijke plattegrond in zwang. Dit was een architectuur die Stam-Beese, opgeleid aan het Bauhaus in Dessau en gewerkt hebbende met functionalistische architecten in Duitsland, Tsjecho-Slowakije, de Sovjet-Unie en Amsterdam, beslist niet kon bekoren. Ze was trots op wat ze als architecte had bereikt in Rotterdam, maar liet terugkijkend ook gemengde gevoelens blijken. Met haar ontwerpen voor de gemeenschappelijke tuinen had ze gehoopt een gemeenschapszin onder de bewoners te stimuleren. In de praktijk werkte dit echter lang niet altijd zo uit. ‘De mannen gaan toch liever in hun eentje vissen en gezinnen zijn erg gesteld op hun privé’, constateerde ze.

Over de auteur Oosterhof

Deze gastbijdrage is van cultuurhistoricus Hanneke Oosterhof, die promoveerde op Lotte Stam-Beese en tevens een biografie schreef over de architect/stedenbouwkundige. Het boek heet: ‘Want de grond behoort ons toe’. Leven en werk van stedenbouwkundige architecte Lotte Stam-Beese en is verkrijgbaar bij Uitgeverij Vantilt, ISBN 9789460044007.