- Artikelen
Het eenvoudige dobbelspel dat een groots ritme-essay werd
De
De jaren zeventig braken aan en de wederopbouwtijd leek nu echt plaats te maken voor een nieuwe periode, een van verzakelijking, verstrakking en schaalvergroting. Later zouden we die periode de naam Post-65 gaan geven (1965-1990) en ook in Rotterdam werd deze goed zichtbaar. Bijvoorbeeld aan de Heer Bokelweg ten noorden van het Hofplein, waar het nieuwe Technikon-complex met de Akragon-toren werd gebouwd en waar in 1971 een nieuw kunstwerk werd onthuld: een sculptuur van Margot Zanstra, titelloos zoals dat de echt abstracte kunst betaamde.
Gestapelde kubussen
Post-65 betekende een tijdperk met grote voorliefde voor strakke bouwmaterialen, zoals glas en beton. Dat gold voor de architectuur en voor de beeldende kunst. Zanstra bouwde haar Y-vormige sculptuur op uit antracietkleurige betonnen kubussen. Door die vormen en constructie was de link met bouwkunst zo gelegd. Tegelijk was dit duidelijk beeldende kunst: de kubussen staan op elkaar gestapeld op een manier die vooral uitdrukt dat ze hun eigen weg gaan. Het silhouet lijkt te reageren op de ook al zo opvallende vorm van de Akragon-toren erachter. De gestapelde kubussen vertakken zich twee kanten uit en komen weer terug tot elkaar als twee armen die tot de hemel rijken, een glorieus gebaar – en ook dat paste bij die tijd vol grote plannen.
Ik begon met wat decoratief wandkledenwerk, maar al gauw ben ik driedimensionaal gaan „prutsen”. Ook door aanmoediging van mijn man en zijn collega Maaskant, en van allerlei andere vrienden, ben ik nu zover dat ik de hele dag in overall in mijn werkplaats doorbreng, achter de cirkelzaag, de polijsten de schuurmachines.
Van danseres naar beeldhouwer
Margot Zanstra-Wilgenburg Zanstra was dan ook een beeldhouwer die de grote gebaren niet schuwde, hoewel ze een heel andere artistieke achtergrond had. Na een carrière als balletdanseres en choreograaf bij het Het Nationale Ballet was ze in 1966 beeldend kunstenaar geworden. Ze deed ervaring op bij beeldhouwer Piet Starreveld en zo, in feite als autodidact, ontwikkelde ze zich tot beeldhouwer in een tijd dat er behoefte was aan krachtige, grote sculpturen die gelijke tred hielden met de schaalvergroting van de bouw- en infrastructurele projecten van die tijd. Vaak ook wel werd ze simpelweg de vrouw van architect Piet Zanstra genoemd, met wie ze in 1964 was getrouwd, maar haar beeldhouwkundige oeuvre maakt duidelijk dat zo’n typering vooral denigrerend was. Ze was een kunstenaar op eigen merites. Piet Zanstra ontwierp het Shellgebouw, dat in 1976 iets verderop richting Hofplein kwam te staan.
Overzicht van het voltooide scholencomplex in 1973.
Ary Groeneveld/Stadsarchief RotterdamKassie-zes
Vanaf de jaren zestig ontwierp ze beelden met geometrische vormen waarin ritme en balans belangrijke thema’s zijn, wellicht nog een verwijzing naar haar achtergrond in de dans. Die thema’s zijn ook in deze sculptuur te zien die in 1971 werd onthuld op het kruispunt met de Schiekade. Het was haar eerste grote opdracht en die had ze te danken aan architect Huig Maaskant, ontwerper van dit enorme Technikon-scholencomplex erachter, die haar werk kende. Aannemingsbedrijf Dura, dat het kunstwerk schonk, noemde het één van de ‘duurste stukken beton’ dat het ooit had laten gieten. Het titelloze beeld werd in de volksmond ‘kassie-zes’ genoemd, naar een eenvoudig dobbelspel.
De training, de keiharde discipline die ik vanaf mijn vijfde jaar voor het ballet heb aangeleerd, maken je een enorme doorzetter, wat je ook doet. „Dat heeft me ook de kracht gegeven om twee enorme opdrachten voor plastieken bij het Technikon in Rotterdam en in de Haagse Stadhuiszaal. ondanks alle angst toch door te zetten. En natuurlijk heb je in de balletwereld zoveel van compositie en van vormuitdrukking geleerd, dat het zonde is om daar niets mee te doen.”
Beide citaten van Margot Zanstra zijn uit het interview met Jan Juffermans in het Algemeen Dagblad, 7-10-1972
Ritmiek en balans
Zanstra zou nog tot in de jaren negentig grote abstracte beelden ontwerpen, wiskundig opgebouwd uit patronen en systemen, vlakken en rechthoeken, verwant aan De Stijl. Net als dit beeld waren ze groot, zes tot negen meter hoog en vijf tot elf meter breed, van staalplaten en kunststof die werden onthuld in Alkmaar en Potsdam en andere gemeenten. Voor twee kantoorgebouwen in Amsterdam van haar man ontwierp ze een aluminium plastiek, dat bekend staat als ‘Zanstra en Zanstra’. Samen vormen ze een interessant en veelzijdig oeuvre, dat ooit in 1971 zo’n vliegende start had gekregen op een straathoek achter het Hofplein.
Bronnen
G.W.J. Nieuwenhuis-Verveen, Standbeelden, monumenten en sculpturen in Rotterdam, Rotterdam 1972; E.F. Groosman ‘Choreografie in staal van Margot Zanstra’, Bouwen met staal, nr. 72, juli 1985; Pauline Sinnema, ‘Margot Zanstra …ik heb het zelf veroverd, ik mag niet mopperen…’ Parool, 21 augustus 1991; RKD Nederlands instituut voor kunstgeschiedenis, map PDO.
Geschreven door Sandra Smets.
- Kunstenaar
- Margot Zanstra (Laren, 1919 – Amsterdam, 2010)
- Kunstenaar
- Margot Zanstra
- Kunstwerk
- Sculptuur Beton