Er zit muziek in het Leger des Heils

Envoy Gerard Mulder is sinds jaar en dag betrokken bij het Leger des Heils. Hij vertelt over zijn leven van padvinder tot heilsoldaat en de kerk aan de William Boothlaan waar tegenwoordig Theater Rotterdam in huist.

Leestijd 8 minuten

Het verhaal van
Gerard Mulder (1943)
Locatie
Categoriën
Verhalen
Er zit muziek in het Leger des Heils

Gerard Mulder bij de expositie Wederopbouw in het Baankwartier

Helmut Tjebbe

Trots op uniform

Gerard Mulder is sinds jaar en dag actief betrokken bij het Leger des Heils. Hij draagt zijn uniform met veel trots, zoals nu bij het interview. “Ik heb er altijd veel gemak van gehad. En geen schaamte.” Ter illustratie vertelt Gerard dat Jules Deelder ooit schreef dat ze nodig een andere modeontwerper moesten zoeken en dat Bram Peper toen zei: “Gerard denk eraan dat je je uniform aanhoudt!” Het uniform maakt dat mensen sneller in gesprek gaan. “Je staat er verbaasd van, hoeveel mensen met het Leger des Heils in aanraking zijn geweest.”

Er zit muziek in het Leger des Heils

Balie Leger des Heils aan de William Boothlaan

Collectie Gerard Mulder

Envoy

Begonnen bij de padvinderij ontpopte Gerard zich als een actieve soldaat bij het Leger des Heils. Als envoy (red. gezant, mensen met een speciale opdracht of functie binnen het Leger) is hij al dertig jaar landelijk projectcoördinator van diverse vrijwilligersklussen zoals de coördinatie van alle kerkafdelingen en gebouwen van het Leger. “Ik ben één van de mededaders die het gebouw aan de William Boothlaan aan het Ro-theater heeft verkocht.” Daarover later meer, eerst vertelt Gerard over zijn, wonderlijk genoeg, niet-christelijke opvoeding.

Een echte socialist

“Bekeerd vind ik een zwaar woord,” glimlacht Gerard, “maar ik kom uit een degelijk, niet christelijk gezin. En mijn vader was een echte socialist.” Familie Mulder woonde in de Almondestraat en zagen vanuit het raam niets dan puin. Toen ze een lagere school moesten kiezen voor hun zoon, hadden ze het in hun hoofd gehaald om Gerard naar de zwaar christelijke Keucheniusschool te sturen. Vlakbij lag de Dr. Fyser Baptisten kapel, één van de eerste wederopbouwgebouwen. Deze kerk deed aan straatevangelisatie. Gerard gebaart: “Ze hadden een vrachtautootje met een orgeltje erop. Daar zat een man achter die liederen speelde en mensen uitnodigde om op zondag naar de kerk en zondagschool te komen.” Na lang smeken mocht Gerard van zijn ouders gaan.

Er zit muziek in het Leger des Heils

Gerard als achtjarige welp bij de padvinderij

Collectie Gerard Mulder

Padvinder

Hij ontdekte dat de kerk een padvindersgroep had en Gerard had een nieuwe wens. “Maar ja, het was armoe troef.” Zijn ouders konden de contributie en een nieuw uniform niet eenvoudig betalen. Uiteindelijk lukte het, dankzij het aanbod van tweedehands uniformen die voor een habbekrats overgenomen konden worden, toch. Dolgelukkig sloot Gerard zich voor aan. Helaas werd de padvinderij van de Baptistenkerk korte tijd later opgeheven. Het verdriet van de jonge Gerard duurde niet lang, want zijn moeder kreeg een tip dat er in een nabijgelegen gymnastieklokaal een padvindergroep was. “Dat bleek het Leger des Heils te zijn.”

Er zit muziek in het Leger des Heils

Gerard speelt cornet tijdens een concert in De Doelen, tweede rij links.

Collectie Gerard Mulder

Dromen van toekomst als muzikant

Gerard kwam automatisch terecht in de wereld van de zang en muziek, een heel belangrijk onderdeel van het Leger. “Die wereld trok me heel erg aan,” verzucht Gerard, “ik wilde ook muzikant worden. Maakte niet uit welk instrument.” Hij begon op een althoorn en het werd uiteindelijk cornet. Hij kreeg les van een oudere muzikant, een principe dat nog steeds toegepast wordt. Al lijken de muzikanten van nu wel professioneler. “Ach vroeger, blies je gewoon ertegen aan en keek niemand op van een noot die verkeerd was. Nu zitten veel muzikanten op het conservatorium.” Met veel plezier heeft hij jarenlang gespeeld in De Doelen tijdens de volkskerstzang en voor het oude Centraal Station. “Het viel op dat elk uur dezelfde mensen bij de bushokjes tegenover ons koor stonden!”

Kaartenbak uit het hoofd leren

Er waren meer factoren die Gerard bekoorden in de wereld van het Leger. Het feit dat de kerk zo internationaal is. Elke afdeling heeft het ‘bandtune-book’, zodat je overal ter wereld hetzelfde kan spelen. Je werd ook geleerd aan een ander te denken. “Oog hebben voor je medemens. Dat trok me erg aan.” Hij moet denken aan die keer dat hij aan Dien van Hemert, zijn heldin en accurate penningmeester van het Leger des Heils vroeg: “Bedoel je die mevrouw met die rode jas?” Waarop Dien antwoordde: “Dit doe je nooit meer! Die mevrouw heeft een naam, Gerard. Hier heb je de kaartenbak en leer ze maar allemaal uit je hoofd.” Hij nam de kaartenbak mee naar huis, werd voor gek verklaard door zijn vrouw, maar heeft het wel gedaan. Het bleek een belangrijke les. Eentje die hij recent aan zijn zoon heeft verteld, toen deze als secretaris bij het ’s Heeren Loo in Ermelo werd gevraagd: “Probeer de mensen bij naam te kennen.”

Je werd geleerd aan een ander te denken. Oog hebben voor je medemens. Dat trok me erg aan.
Er zit muziek in het Leger des Heils

Gerard Mulder in uniform, 2002

Collectie Gerard Mulder

Heilsoldaat word je niet zomaar

Het grootste gedeelte is vrijwilligerswerk, toch word je niet zomaar heilsoldaat. De legerclassificatie is vrij streng. “Je wordt eerst als rekruut klaargestoomd voor de inzegening tot heilsoldaat.” Als heilsoldaat verplicht je jezelf om geen alcohol te drinken, niet te roken en geen drugs te gebruiken.” Gerard licht toe dat ten tijde van de oprichting van het Leger des Heils in Engeland door William Booth, de drankproblemen groot waren. “Het vele maatschappelijke werk was broodnodig, maar je kunt niet met iemand praten als je naar de drank stinkt.” Het Leger heeft zelfs een kweekschool voor kadetten, waar je twee jaar in opleiding bent, met traktement en inwoning. Dan volgt uitzending als kapitien officier en na 15 jaar word je majoor. Gedurende de gehele loopbaan volg je cursussen, seminars en bijscholingen. Tijdens die periode kun je in principe over de hele wereld uitgezonden worden. En er is wereldwijd slechts één generaal, deze wordt om de vijf jaar gekozen.

Het vele maatschappelijke werk was broodnodig, maar je kunt niet met iemand praten als je naar de drank stinkt.
Er zit muziek in het Leger des Heils

Optreden van Leger des Heils tijdens de eerste paal in 1948. Op de achtergrond het Oogziekenhuis.

Collectie Leger des Heils

Er zit muziek in het Leger des Heils

Laurierlaan wordt William Boothlaan

Collectie Leger des Heils

Congreszaal aan de 'Laulierlaan'

De vrijwillige loopbaan bij het Leger deed Gerard naast zijn 42-jarige loopbaan bij ICI, een pharmaceutisch bedrijf aan de Wijnhaven. Hij begon daar als jongste bediende en eindigde als office & warehousemanager Beurzen. Toen hij 56 jaar was, heeft hij zijn leven volledig in dienst van het Leger gesteld. In 1989 begon hij aan de reorganisatie van het leger, korpsen moesten o.a. samengevoegd en vanwege de mooie Congreszaal hielden ze het pand aan de William Boothlaan aan. Muzikanten van het internationale korps speelden graag in Rotterdam. Gerard haalt de anekdote over de naamgeving van de straat aan: “De straat heette oorspronkelijk Laurierlaan. Echter op het naambordje stond ‘Laulierlaan’. Het gemeentebestuur werd hierop attent gemaakt. Er is toen iemand op het idee gekomen, deze straat te noemen naar de stichter van het Leger des Heils William Booth. Een historisch moment.” (red. vermoedelijk is de L wel provisorisch gewijzigd in een R voor de uiteindelijke naamsverandering in 1952, te zien aan het donkere stukje tussen de twee poten van de letter R)

De Congreszaal werd een veel te duur gebouw voor veel te weinig bezoekers. Meerdere kerkgenootschappen zaten te vlassen op het gebouw maar konden het alle niet betalen.
Er zit muziek in het Leger des Heils

Interieur van de Congreszaal. De trappen achterin worden nog steeds gebruikt, over het podium met trapje ligt tegenwoordig een vloer.

Collectie Gerard Mulder

Er zit muziek in het Leger des Heils

In 1993 werd het pand aan de William Boothlaan te koop gezet.

Collectie Gerard Mulder

Marlies Dekkers

Het gebouw kon niet behouden worden voor het Leger des Heils. Het Baankwartier was te weinig woonwijk en in de jaren zeventig was er een verhuisgolf. Gerard heeft het zelf meegemaakt. De Fries Groningse Bank zocht een betrouwbare bewoner voor de benedenwoning van het gebouw aan de Schiedamsevest/Witte de Withstraat. Aangezien hij leider was bij de padvinders waar de kleinzoon van de directeur lid van was, mochten Gerard en zijn bruid er wonen. “Waar nu Marlies Dekkers zit, zat vroeger mijn woonkamer.” Hij lacht en vertelt dat hij er met heel veel plezier heeft gewoond tot de buurt achteruitging. Daardoor bezochten mensen minder graag de avondactiviteiten in de Congreszaal. Bovendien keurde architectenbureau Elffers de voorgestelde aanpassingen aan het gebouw niet goed. “De glijdende vloer mocht er niet uit, maar was heel onhandig met het kerstfeest en de hoge ramen mochten we ook niet verlagen.” Kortom een veel te duur gebouw voor veel te weinig bezoekers. Meerdere kerkgenootschappen zaten te vlassen op het gebouw maar konden het alle niet betalen. Het Ro-theater paste, op het alcoholschenken na, goed bij het kettingbeding van de organisatie; panden mogen alleen aan ethisch verantwoorde instellingen verkocht worden. “We zijn blij dat het theater er inzit.”

Er zit muziek in het Leger des Heils

Gerard Mulder vertelt over zijn loopbaan bij het leger in galerie DIG IT UP

Er zit muziek in het Leger des Heils

Dubbeltje wordt geen kwartje?

Net als alle kerkgenootschappen heeft ook het Leger des Heils sinds de jaren zestig het ledenaantal zien teruglopen. Met de komst van de televisie en bejaardenhuizen gingen de mensen minder de deur uit. “Maar als je nu een foto neemt van het huidige muziekkorps, dan is dat groter dan voorheen.” Misschien wel dankzij de creativiteit van William Booth, die merkte dat christelijke teksten op een populaire melodie beter werkten. “Heel knap hoe ze de tekst in muziek om konden zetten en dat deze liedjes nu al honderd jaar populair zijn.” Gerard noemt zijn favoriete nummers: ‘Goddelijke gemeenschap’, ‘Alles is voor mij’ en ‘King of kings’. Hij leunt naar achter en vouwt zijn handen. “Als ik een eindconclusie mag doen? Dan heb ik een prachtloopbaan gehad; in gezin, werk en leger.” Gerard is er heel dankbaar voor. “Ik weet nog dat mijn vader altijd zei: “Als je voor een dubbeltje wordt geboren, word je nooit een kwartje.” Nou, ik ben meer dan een kwartje. Ik ben een koninklijk kind.”

‘k Ben een koninklijk kind door de Vader bemind

en Zijn oog rust zo teder op mij!

Als de daag’raad straks gloort, de bazuin wordt gehoord,

roept Hij mij om te staan aan Zijn zij

(lied Leger Des Heils)