• Artikelen

De wedergeboorte van het Katoenhuis

Na herbestemming door Concrete Culture is het Katoenhuis tegenwoordig een plek waar kunst, cultuur en techniek samenkomen. De naam is ontleend aan de vroegere functie, een katoenloods van Van Bennekum’s Havenbedrijf. Van Bennekum’s Havenbedrijf was een grote speler in de naoorlogse overslagmarkt. Oud-directeur Jan Dirk van Bennekum neemt je mee in de geschiedenis.

De wedergeboorte van het Katoenhuis

Het Katoenhuis in bedrijf in 1954.

Collectie Van Bennekum

Ontstaan Van Bennekum's Havenbedrijf

De grootvader en naamgever van Jan Dirk van Bennekum startte zijn loopbaan als expediteur bij Oomes Expeditiebedrijf. Zonder gestudeerd te hebben, maar met een sterke handelsgeest begon hij in 1929 voor zichzelf. Van Bennekum’s Havenbedrijf (VBH) was geboren en begon met expeditie van katoen op het Noordereiland. Het werd een succes en in 1950 liet opa Jan Dirk een eigen opslagruimte voor katoen mét kantoor bouwen in de Keilestraat en aan de Keilehaven: het Katoenhuis. Een logische plek nabij het Katoenveem uit 1920.

De wedergeboorte van het Katoenhuis

Geveltekening en doorsnede van de Keilestraat 9c.

Collectie Van Bennekum

Katoenhuis

Het gebouw is doordrenkt van Rotterdamse inspanning. Het ontwerp is van de architecten Vermeer en Van Herwaarden, onder andere bekend van het Blindeninstituut, en het is gebouwd door veelbouwer J.P. van Eesteren. Van Eesteren zijn bekendste bouwwerk is waarschijnlijk de Euromast. Een dag na de geboorte van kleinzoon Jan Dirk in 1951, werd het Katoenhuis in gebruik genomen. 

Het gebouw bestaat uit een twee verdiepingen hoge loods en een evenzo hoog kantoorgedeelte met drie verdiepingen. Het gebouw heeft een stevige constructie, veel sterker dan noodzakelijk. De opslagruimte op de begane grond is 6,38 meter hoog, de eerste verdieping iets lager maar nog steeds 5,67 meter hoog. In de betonnen constructie zijn bakstenen wanden gemetseld. De hoge raampartijen van de loods die te zien zijn op de bouwtekeningen zijn er nooit gekomen. Er is gekozen voor een dubbele rij daklichten. Zowel aan de waterkant als aan de straatzijde is een viertal laad- en losdeuren geplaatst. De uitbreidingen die in de jaren erna volgen zijn slechts eenlaags. Het bleek geen sinecure de katoenbalen van boven naar beneden te verplaatsen. Deze uitbreidingen hadden ook geen kolommen, maar een zelfdragend dak, zoals nog steeds te zien is in de Keilestraat 9B, de huidige Voedselbank.

Op het kantoorgedeelte staan twee grote ietwat plompe sheddaken, die voor veel indirect daglicht zorgen. Niet toevallig werd onder een van deze daken het laboratorium geplaatst, waar katoenmonsters geanalyseerd werden. Als technisch snufje kreeg het gebouw een sprinklerinstallatie van het merk Mather & Platt uit Manchester. Een noviteit. Jan Dirk: “Elke week moesten deze sprinklers getest worden. Druk eraf, dan ging de alarmbel af en spoten we het water op het buitenterrein.” Het bleek geen overbodige luxe want in 1953 was er een grote brand. Dankzij de sprinklers bleef het pand gespaard. Met man en macht werden de katoenbalen uit elkaar gehaald om te voorkomen dat de brand zou blijven smeulen. 

De wedergeboorte van het Katoenhuis

In 1953 ontstond een brand in het Katoenhuis.

Cock Tholens, collectie Lieneke de Boer, Stadsarchief Rotterdam

Familiebedrijf

De brand was niet de enige ramp in 1953, want oprichter Jan Dirk sr. kwam dat jaar te overlijden. En zoals het een echt familiebedrijf betaamt, moesten de vader en oom van Jan Dirk meteen aan de bak. Zijn vader als technisch en commercieel directeur en zijn oom als financieel directeur. Jan Dirk: “Mijn oom was op de cent nauwkeurig. En als hij op kosten kon besparen deed ie dat.” Ook Jan Dirk moest er na zijn studie bedrijfskunde aan geloven. Op 1 september 1974 begon hij op de ‘Duitse manier’ bij het bedrijf: hij begon onderaan. “Als je een proces van A tot Z leert en je moet later iets inplannen, dan weet je precies hoe lang het duurt om bijvoorbeeld een 400 zakken van 60 kilo koffiebonen in te laden in een 12 meter trailer. Dan zit ’t in het kopje.”

De wedergeboorte van het Katoenhuis

De katoenbalen lagen tot aan het plafond opgestapeld.

Collectie Van Bennekum, rond 1960

Feyenoord

De familie Van Bennekum was een bekende naam in de Rotterdamse havenwereld, toch is de naam geen onderdeel van het Rotterdamse collectieve geheugen. Bij Feyenoordfans roept de naam Van Bennekum misschien wel een andere associatie op, want opa Van Bennekum was de oudere broer van spits Piet van Bennekum. Door een handicap kon Jan Dirk zelf niet voetballen maar vervulde diverse bestuursfuncties bij zowel de voorloper Wilhelmina VV als bij VV Feijenoord zelf. De voetbalclub die werd opgericht voor havenarbeiders. Toen de Kuip werd gebouwd kocht Van Bennekum uiteraard bedrijfsstoelen. Jan Dirk: “Mijn vader moest altijd met mijn opa mee en kreeg daardoor een hekel aan voetbal. Mijn vader hield juist van de autoracerij. Vrijdagavond werd zijn Porsche gestript zodat hij er op zaterdag en zondag mee kon racen.” Houdt Jan Dirk ook van autoracen net als zijn vader? Of van voetbal, net als zijn opa? Jan Dirk schudt zijn hoofd, zijn voorkeur gaat uit naar hockey. “Maar,” zegt Jan Dirk, “onze familie heeft wel een groot verenigingshart.” 

De wedergeboorte van het Katoenhuis

Het wegen van katoenbalen in een katoenloods.

Collectie Van Bennekum, rond 1960

De katoenindustrie

Als een textielfabriek in Tilburg of Twente katoen bestelde bij plantages in de Verenigde Staten, Egypte of Brazilië, sloeg Van Bennekum’s Havenbedrijf de partijen op. Het katoen kwam aan per zeeschip, werd overgeladen in lichters en bij de loods gelost met een kraan. Later werden de balen via lashbakken, duwbakken te water, verplaatst. Een sleepboot uit de Waalhaven duwde de bak naar de plek van bestemming. Een tallyman telde hoeveel balen er in een zeeschip of lashbak zaten. “Zo’n tallyman stond heel de tijd streepjes te plaatsen.” De balen werden opgeslagen tot ze op aanvraag bij de fabrieken aangeleverd moesten worden. Dit vervoer ging via de binnenvaart of met spoorwagons, die op bestelling van de NS geleverd en opgehaald werden. Jan Dirk lacht: “Heel de Keilestraat liep vol met rangeerwagons.” 

In hun eigen douanekantoor werden de katoenbalen ingeklaard, die in speciale douaneloodsen lagen. Het bedrijf had dus nooit katoen in bezit, feitelijk deed het alleen het voorraadbeheer voor de fabrieken. Wel werden alle balen (200 kilo per baal) gewogen en gemonsterd in hun eigen laboratorium. Jan Dirk zijn vader was namelijk voor een studie naar Texas gegaan waar hij ontzettend veel kennis over de katoenindustrie in de Verenigde Staten en Brazilië opdeed. Terug in Rotterdam zette hij een professioneel laboratorium op om de kwaliteit en kleur van het katoen te testen. In het Katoenhuis staan nog enkele instrumenten uit die tijd. 

De wedergeboorte van het Katoenhuis

Katoen monsteren in het laboratorium in de jaren zestig.

Collectie Van Bennekum

Precissionair en Shadograph

De Precissionair was een dikte-meter. Jan Dirk legt uit hoe het werkt: “Je legt een afgewogen propje katoen in het instrument. Dat blaast lucht door het propje en op basis van de weerstand kon men bepalen hoe dik de vezel was.” Ook werd het katoen geklasseerd vertelt Jan Dirk. “Daarvoor nam je een basismonster en vergeleek je vervolgens alle volgende plukjes met het basismonster en op basis daarvan werd het katoen in een klasse ingedeeld.” Die informatie ging naar de spinnerijen. De monsters werden niet weggegooid maar apart in balen opgeslagen, geperst en naar Tilburg gestuurd. waar er onder andere schoonmaakdoekjes van werden gemaakt. 

De wedergeboorte van het Katoenhuis

Diktemeter voor katoen, de Steffield VBH.

Mar Gimeno Lumbiarres, Concrete Culture, 2025
De wedergeboorte van het Katoenhuis

Met het apparaat Shadograph werd het katoen gewogen.

Mar Gimeno Lumbiarres, Concrete Culture, 2025

Reilen en zeilen bij Van Bennekum's Havenbedrijf

In de hoogtijdagen van het Katoenhuis waren er meerdere vaste mensen in dienst om de vrachten te lossen en op kantoor zaten zo’n tien personen. Met andere directeuren van expeditie- en scheepvaartbedrijven hadden ze geregeld ontmoetingen in Old Dutch, de verzamelplek voor Rotterdammers die een vinger in de pap hadden bij de wederopbouw. Later maakte het bedrijf gebruik van de medewerkerspool van de Scheepvaartvereniging dat als een uitzendbureau fungeerde. De vader van Jan Dirk was bestuurslid van de Scheepvaartvereniging Zuid via de Vereniging van Geaccrediteerde Vemen. "Na het stoppen door zijn pensioen heb ik die plaats overgenomen." Op kantoor bleef de bezetting redelijk stabiel. Jan Dirk: “In verband met de prostitutie op de Keileweg in de jaren negentig brachten we de dames van kantoor naar het Marconiplein. Zij konden niet veilig in het donker over straat. Het was hier een stil, doodlopend stuk.”

Zaken werden vroeger via telefoon en de telex gedaan. Toen de fax zijn intrede deed was dat een enorme vooruitgang. Op het Belastingkantoor in de Puntegaalstraat, die net als heel Rotterdam, ook door de Van Bennekums de Pluk-me-kaalstraat werd genoemd, kwam Jan Dirk vaak om accijns te betalen. De grote borg haalde hij eerst in contanten bij de AMRO-bank op de Coolsingel op, om er vervolgens gewoon mee over straat naar de Puntegaalstraat te gaan. Ondenkbaar in de huidige tijd.

De wedergeboorte van het Katoenhuis

Jan Dirk van Bennekum op bezoek in het Katoenhuis in 2025.

Boudewijn Bollmann, Concrete Culture, 2025

Op een gegeven moment waren we te groot voor het servet en te klein voor het tafellaken.

Handel is handel

Het Katoenhuis van VBH was een geaccrediteerd veem, oftewel een bewaarplaats voor koopmansgoederen dat celen* mocht uitgeven. Toen de rek uit de katoenindustrie was, ging VBH over op de opslag van koffie – vooral voor de termijnhandel** – en later voornamelijk gedroogd zuidvruchten, zoals cashewnoten, amandelen, pistachenoten en rozijnen. De producten kwamen vanuit de hele wereld: pistache vooral uit Iran, amandelen uit Turkije, pecan uit Amerika, macademia uit Australië en cashewnoten uit India. “Cashewnoten pellen is heel lastig,” vertelt Jan Dirk, “dat werd in India door vrouwen gedaan. Er zitten namelijk twee schillen om de noot heen. De eerste schil werd eraf gebrand, de tweede laag is giftig en werd er met de hand afgepeld. De vrouwen die dat deden, hun handen zagen er niet meer uit!”. Gelukkig zijn er tegenwoordig ook pelmachines, maar Jan Dirk is duidelijk nog steeds aangedaan door de herinnering.

Behalve koffie en noten hebben ze ook nog een tijd tabak gedaan. En J.B. Hoekstra Scheepvaart (die VBH in 1980 overgenomen had, waarna de letters VBH opeens stonden voor: Van Bennekum Hoekstra) deed in chemicaliën.

Jan Dirk: “In cashews waren we hét centrum van Europa. Maar de producent ging steeds meer bepalen hoe of wat: kwaliteitscontrole, vervoer. Dus kregen we steeds minder te doen." Ook de opslag van chemische grondstoffen voor de verfindustrie bood geen soelaas doordat chemicaliën direct vanaf de fabriek met bulktansport vervoerd en aan de afnemer geleverd werden. Bovendien stopte de productie van de chemische verfindustrie. Hij concludeert: “Op een gegeven moment waren we te groot voor het servet en te klein voor het tafellaken.”

*celen: als je eigenaar bent van een ceel, ben je ook eigenaar van de goederen.

**termijnhandel: iemand koopt of verkoopt nu goederen, effecten of valuta's die op een bepaald tijdstip in de toekomst worden geleverd tegen een prijs die nu wordt vastgesteld.

De wedergeboorte van het Katoenhuis

Uitladen van een lashbak voor het Katoenhuis.

Collectie Van Bennekum, jaren '70

Vertrek VBH uit M4H

Waar het Katoenhuis in de jaren vijftig perfect paste in het gebied Merwe Vierhavens met alle andere katoenvemen en niet te vergeten Thomsen’s Havenbedrijf, was het bedrijf in de jaren negentig net een lelijk eendje tussen alle fruitopslag. Bovendien wilde de gemeente met het Havenbedrijf de Vierhavens gaan ontwikkelen voor woningbouw. Toen al. Het pand is toen gekocht door het Havenbedrijf. De andere loodsen van VBH hebben nog tot 2003 gedraaid, waarna het bedrijf is gestopt. Jan Dirk: “Mijn zoon en dochter hadden geen belangstelling om het bedrijf over te nemen.” En dus kwam er een einde aan Van Bennekum Hoekstra, maar gelukkig niet aan het Katoenhuis en de andere loodsen. Na het vertrek van de Van Bennekums werd het pand in het begin van de 21e eeuw een hotspot van creatieve bedrijven en dansfeesten. In 2007 kreeg het Katoenhuis weer een opslagfunctie, deze keer voor tropisch fruit. In 2023 ontfermde Concrete Culture zich over de betonnen kolos. Zij ontbonden de nog lopende huurovereenkomst met een van de grootste fruitoverslagbedrijven om versneld bij te kunnen dragen aan de ontwikkeling van M4H.

Katoenhuis anno nu

Concrete Culture is sinds 2023 begonnen het pand op te knappen, de historie uit te dragen en tegelijkertijd een nieuwe functie aan het pand te geven waarin creativiteit, technologie en kunst met elkaar worden verbonden. Arnold: “De plek waar designkracht en technologie samenkomen, is de wereld van immersieve ervaringen. Als meerdere zintuigen worden geprikkeld, kan je veel betere verhalen vertellen. Dan kun je mensen veel meer meenemen om bepaalde maatschappelijke thema’s aan te kaarten of ergens bewust van te maken.”

Zo zit in een van de kantoren SenseGlove's, een bedrijf dat fijngevoelige haptonomische handschoenen maakt die gebruikt worden om bijvoorbeeld via een VR bril en drone op afstand onderhoud aan een schip uit te voeren. Ook wordt het gebouw gebruikt om kunstinstallaties te tonen of te testen. Arnold: “We geloven dat de creatieve en technische industrieën veel meer moeten samenwerken om een bijdrage te leveren aan de transitie van de grootste naar de slimste haven in de wereld. Dat kan hier in het Katoenhuis.” Een mooiere wedergeboorte van het Katoenhuis is niet denkbaar.

Kijk hier voor de agenda met tentoonstellingen en activiteiten van het Katoenhuis.

Het verhaal van
Jan Dirk van Bennekum (1951)
Locatie
Katoenhuis | Imagining New Realities, Keilestraat, Rotterdam, Nederland
Onderwerpen
Verhalen
Buurten
M4H
Gebouwen
Bedrijfsgebouwen