• Artikelen

Creatief en geduldig door oorlog en wederopbouw

Tini Verhagen-Baljon, maakte als bijna tienjarig meisje het bombardement mee. Daarna de oorlog en de wederopbouw. Ze maakt ons deelgenoot van een andere tijd.

Creatief en geduldig door oorlog en wederopbouw

Tini Verhagen in de verbouwde bovenetage van haar ouders aan de Polslandstraat. Ca. 1954

Collectie familie Verhagen

Wederopbouwverhalen gaan vaak over de vele nieuwe gebouwen in Rotterdam. Een optimistische kijk op de herboren stad. Armoede was relatief. Vrijheid blijheid. Die positieve blik is verklaarbaar als je bedenkt wat er na de oorlog is gebouwd én wat de mensen tijdens de oorlog hadden doorstaan. Getuige het verhaal van Tini Verhagen-Baljon.

Creatief en geduldig door oorlog en wederopbouw

De brandende stad op 14 mei 1940.

ANP Photo

Over de Maasbrug vlak na bombardement

Het gezin Baljon woonde in de Polslandstraat op de Linkeroever. Tijdens het bombardement was het gezin thuis. De heftigheid van de gebeurtenis weerhield ze niet om direct na het bombardement naar Crooswijk te lopen, een wandeling van ruim een uur. Want daar woonden de opa en oma van Tini. Moeder Baljon wilde dolgraag weten hoe het met haar ouders was en telefoneren ging niet. Tini zag dat er heftig was gevochten bij de Maasbrug. Ze schrok van de vele gewonde en dode soldaten. “Het was voor het eerst dat ik een dood mens zag.”

Jaren later stonk de stad nog steeds naar brand.

Onderweg zag Tini een verdwaasde jonge vrouw lopen, in haar handen een doos met glazen die ze wilde redden. “En toen viel de bodem eronderuit.” Ze stopt even, ziet duidelijk het incident weer voor zich. De reddeloosheid van een vrouw die poogde de omvang van de ramp te verkleinen door een kostbaar kleinood te redden, maar zelfs daarin niet slaagde. “Ik had zo’n medelijden met haar.” Eenmaal bij haar grootouders aangekomen, die gelukkig ongedeerd waren, waren hun schoenen helemaal stuk. Door de felle branden waren de straten en het puin zo heet, dat de zolen totaal verpulverd waren. “Jaren later stonk de stad nog steeds naar de brand.” Terug naar de linkeroever moesten ze met een bootje, de brug was gesneuveld.

Creatief en geduldig door oorlog en wederopbouw

Jongens vissen in de oorlog naar stekelbaarsjes.

ANP Photo, Van Buiten, februari 1944
Creatief en geduldig door oorlog en wederopbouw

Graanoogst tijdens de oorlog aan vermoedelijk de Vroesenlaan, Rotterdam

ANP Photo, 15 augustus 1940

Creatief eten vergaren in de oorlog

De jaren erna kwam de voedselnood. “Waar mogelijk verbouwden mensen groente. En alles ging op de bon. Je moest overal voor in de rij staan.” Ze schudt haar hoofd. “Er was natuurlijk geen elektriciteit dus je zat ’s avonds in het donker.” Ook ontstond er een levendige zwarte handel. Tini herinnert zich dat haar moeder op Tini's fiets naar Heerjansdam ging voor eten, maar dat op de terugweg de fiets inclusief het eten door Duitsers in beslag werd genomen. Ze moest het hele stuk teruglopen. Geen fiets en geen eten.

Je moest overal voor in de rij staan.

“Mijn moeder en ik hebben de oorlog samen gedragen.” Vader kon zich niets permitteren als rijksambtenaar dus bedachten zij van alles om het hoofd boven water te houden. Zo stopten zij en haar moeder bij maanlicht sokken van de buurvrouw en kregen daar stilzwijgend wat eten voor. Van gestreepte stof, eigenlijk bedoeld voor matrashoezen, maakte moeder voor iedereen een pyjama. “We leken wel een stelletje boeven.” Ook had haar moeder een jutezak aan een wiel gebonden om stekelbaarsjes mee te vangen. Van de stekelbaarsjes ging eerst het kopje en staartje af en dan werd er bouillon van getrokken op een heel klein houtgestookt vuurtje en daarna ging het door de vleesmolen en werd er gehakt van gemaakt. “Heerlijk!”

Creatief en geduldig door oorlog en wederopbouw

Schaarste aan voedselvoorziening gedurende de bezettingstijd. Tijdens de hongerwinter staan mensen in de rij voor een bakker op de Oude Binnenweg. Links kledingwarenhuis Kreymborg.

Stadsarchief Rotterdam, J. van Rhijn, 1942

Hongerwinter

Genoeg was het niet, Tini werd brood- en broodmager tijdens de hongerwinter. “De meeste mensen waren er beroerd aan toe. Sommigen vielen gewoon op straat om. Vreselijk.” Haar leraren, die ze maar 1 x per week zag als ze huiswerk op kwam halen, omdat het op school te koud was, zorgden dat ze op de lijst voor bijvoeding kwam. Haar moeder schaamde zich zo erg dat ze de pan waar je het eten in geschept kreeg, in een reistas stopte. “Voor de oorlog gingen alleen de armen naar de bedeling.” Het duurde na de oorlog nog een tijd voordat er meer luxe kwam, maar het waren de kleine dingen die indruk maakten. “Het Zweedse wittebrood, dat was geweldig! En er kwam sla. Ik zag iemand die zo een hap uit een krop nam, zo’n honger had degene!”

En er kwam sla. Ik zag iemand die zo een hap uit een krop nam!
Creatief en geduldig door oorlog en wederopbouw

Geborduurd kerstkleed van Tini

Collectie familie Verhagen
Creatief en geduldig door oorlog en wederopbouw

De cadeautafel van het jonge stel met oa. een brooddoos en melkrekje.

Collectie familie Verhagen

Vijf jaar sparen voor de uitzet

Ze leerde in 1947 haar man kennen. Nadat ze verkering kregen ging Tini sparen voor de uitzet, want zo hoorde dat. Als meisje zorgde je voor de badhanddoeken, theedoeken, keukendoeken. Van alles twaalf. Ook een ontbijtlaken, kerstkleed, bedden- en kussenslopen hoorden bij de uitzet. Tini was weliswaar nog geen handwerkjuf, maar wel al heel handig. Ze kocht katoen aan de rol. Haar verloofde Henri Verhagen, later grafisch ontwerper en kunstenaar, maakte tekeningen voor op het linnengoed. Tini borduurde alles mate lacé (red. opliggend borduurwerk) op de doeken en lakens. Servies kochten ze wel samen. Na vijf jaar sparen was het eindelijk zover. Ze konden trouwen. Het was 1954.

Creatief en geduldig door oorlog en wederopbouw

Bruidspaar Verhagen-Baljon voor de Polslandstraat 96B

Collectie familie Verhagen, 1954
Creatief en geduldig door oorlog en wederopbouw

Ouders van de bruid voor hun woning aan de Polslandstraat

Collectie familie Verhagen, 1954
Creatief en geduldig door oorlog en wederopbouw

Bruidspaar Verhagen-Baljon in de tuin van stadhuis Rotterdam

Collectie familie Verhagen, 1954

Bruidsjurk aan huis

Zaken voor bruidsjaponnen had je bijna niet. Daarom kwam de naaister aan huis gebruikmakend van moeders naaimachine. Een jurk met sluier van witte zij, lichtgroene jurken voor de bruidsmeisjes en een mooie zwarte lange jurk voor haar moeder. Dagen kwam de naaister over de vloer. Het bruidsboeket bestond uit witte lathyrus en lelietjes van dalen. “Allemaal witte lieve bloemen. Niet zo pompeus.” Tini en haar geliefde trouwden in het Stadhuis aan de Coolsingel en in de Remonstrantse kerk Arminius tegenover Boijmans. Ze huurden een bruidsauto met volgauto’s die het gezelschap naar de Clemenszaal op Rotterdam-Zuid bracht. Daar aten ze, gebracht door een cateraar, soep, friet en appelmoes met ijs toe. Een oom en nicht speelden muziek. Het was een stuk eenvoudiger dan nu. “Toch was het een gezellige avond.” Na de bruiloft overnachtte het kersverse echtpaar in een hotel achter Station Noord om de volgende dag voor twee weken op huwelijksreis naar Duitsland te gaan. Rancune naar de voormalige bezetter was er opvallend genoeg niet.

Creatief en geduldig door oorlog en wederopbouw
Creatief en geduldig door oorlog en wederopbouw

Natuurlijk inwonen!

De woningnood was in de jaren vijftig zo vreselijk dat Tini en haar man zoals veel getrouwde stellen, bij haar ouders gingen inwonen. Aan de Polslandstraat betrokken haar ouders de eerste etage en gingen in eetkamer slapen. Zijzelf maakten van de badkamer een keuken waar Tini haar huwelijksgeschenk: een klein oventje op het aanrecht plaatste. “Het voelde als een verovering dat je dat had. Een stuk luxe.” Halverwege de etage metselden ze een toog. Met haar ouders zaten ze op één rookkanaal. Ze creëerden een eethoek met een theewagen. Ze richtten hun woning in met Nederlandse designmeubelen van Pastoe. Warm water kwam alleen uit de geiser. Over de hele breedte van het huis was er een balkon waar waslijnen hingen. Het duurde negen jaar voor ze een woning vonden die ze konden kopen. Buiten Rotterdam weliswaar, maar een eigen huis. Zes elementdozen, stond op de koopakte. Hun kindje was inmiddels geboren en ze vertrokken uit Rotterdam.

Creatief en geduldig door oorlog en wederopbouw

Tini Verhagen bekijkt haar trouwfoto's.

2020

Er was niets, dus je was met elk dingetje blij

Waren Tini en haar man het inwonen niet al veel eerder zat? Ze schudt haar hoofd. “Mensen waren heel idealistisch. “Nooit meer oorlog” zeiden ze. Je was daarom veel sneller tevreden. Er was niets, dus je was met elk dingetje blij.” Bovendien woonden ze heel zelfstandig op hun etage. Alleen haar wasmachine deelde ze met haar moeder. Een luxe, want bijna niemand bezat een wasmachine. En het scheelde heel veel tijd en werk! Tini somt op hoe wassen vroeger ging: “Eerst in de soda, dan uitdraaien, insmeren vlekken met gele zeep, 1e sop, 2e sop, spoelen, chloor en blauwsel.” Na hun verhuizing heeft ze nog lange tijd wekelijks de was van haar moeder in Rotterdam opgehaald, in de wasmachine gewassen en teruggebracht.

Wassen kostte veel tijd en werk: eerst in de soda, dan uitdraaien, vlekken insmeren met gele zeep, 1e sop, 2esop, spoelen, chloor en blauwsel.

Dankbaarheid

Haar dankbaarheid voor de inwoning heeft ze ruimschoots kunnen tonen. Nadat haar moeder gestorven was en haar vader in het verpleeghuis de Heul aan de Schiekade vanwege zijn longkanker een prognose van drie maanden kreeg, hebben ze hem in huis genomen. “Hij heeft nog zeven jaar geleefd!” Tja, werken kon ze daardoor niet. Ze haalt haar schouders op, sommige dingen horen bij het leven. Ze is vooral dankbaar, want ze woont ondanks de fysieke ongemakken en ongelukjes nog steeds zelfstandig samen met haar man. “We hebben het samen zo goed. Al ruim zeventig jaar.”

Sommige dingen horen bij het leven.
Het verhaal van
Tini Verhagen-Baljon
Periode
1930-
Onderwerpen
Verhalen