- Artikelen
Coolhaven, van Schoonderloo tot Little C
Dit zijn de teksten van de expositie.
Paneel Coolhaveneiland
De Coolhaven met de Parksluizen vormt vanaf 1933 een betere scheepvaartverbinding tussen de Delfshavense Schie en de Nieuwe Maas. Voordien was er een lastige doorvaart door de smalle haven en sluis van Delfshaven.
Met het graven van de Coolhaven ontstaat een stadsdeel, dat meestal Coolhaveneiland wordt genoemd. Het is inderdaad een eiland te midden van de verschillende vaarwegen. De haven van Delfshaven in het westen, de Coolhaven in het zuiden, de Parksluizen in het oosten en de Nieuwe Maas in het zuiden. Ook de drukke Westzeedijk en de Havenspoorlijn vormen een barrière. De geïsoleerde ligging op een eiland wordt versterkt door de Maastunnel met de tunneltraverse.
Door de aanleg van de westelijke havens bij de Westzeedijk en de Vierhavensstraat was het gebied aantrekkelijk voor kantoren en bedrijven van handels- en scheepvaartondernemingen. Zoals de firma’s Stahl (1922), Schenker (1920), Wyt & Zn. (1925) en een gebouw voor het Loodswezen (1921).
Ook de Scheepvaartvereeniging Zuid, de werkgeversorganisatie in de Rotterdamse haven, zetelde hier. De in 1917 geopende Nederlandsche Handels-Hoogeschool leidde de toekomstige captains of industry op.
In de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw is het Coolhaveneiland verder bebouwd met kantoren, scholen en woningen. Pas rond de Tweede Wereldoorlog kwam er bebouwing langs de Coolhaven. Kort na het bombardement kwamen hier diverse bedrijven uit de binnenstad. Enkele typische bedrijfspanden zijn zelfs tijdens de oorlog gerealiseerd.
Met Delfshaven en Schoonderloo waren hier al heel vroeg twee nederzettingen. Schoonderloo was een dorpje dat vanaf circa 1200 rond de huidige Pieter de Hoochweg heeft gelegen, met een aan Sint-Job gewijde kapel als middelpunt. Schoonderloo was er dus eerder dan Delfshaven en Rotterdam. Het werd in 1811 door Delfshaven geannexeerd. Delfshaven werd vervolgens in 1886 door Rotterdam ingelijfd. Eigenlijk herinneren alleen straatnamen als Schoonderloostraat en Jobshaven aan Schoonderloo. In de 2de IJzerstraat staat Huize Schoonderloo. Ooit een woonhuis, daarna het kantoor van de Keuringsdienst van Waren. In 1979 werd het de uitvalsbasis van kunstenaarsgroep Raket en punkgroep de Rondo’s. Zij behoedden het pand voor de sloop.
Veel kantoor- en bedrijfsgebouwen hebben een nieuwe functie gekregen. De combinatie van vaarwater, monumentale havengebouwen, wederopbouw en nieuwbouw plus de mix van woningbouw, onderwijs, cultuur en hippe horeca maakt het Coolhaveneiland tot een prettig stadsdeel met een eigen karakter. En met Little C kreeg het gebied een architectonisch veelgeprezen afsluiting.
Bijschriften van links naar rechts en boven naar beneden:
- De Coolhaven en omgeving in 1939. De palen voor het Belastingkantoor worden al geheid/ KLM Aerocarto (Stadsarchief Rotterdam)
- Gedeelte van het panorama ‘De Haven van Rotterdam’ vanaf Delfshaven tot en met het Park, getekend door Ernst Hesmert in 1904./ Stadsarchief Rotterdam
- Huize ‘Schoonderloo’ aan de 2e IJzerstraat, van 1909 tot 1964 de huisvesting van de gemeentelijke Keuringsdienst van Waren./Stadsarchief Rotterdam.
- Een medewerker in het laboratorium van de Keuringsdienst van Waren onderzoekt verschillende voedingsstoffen./ Stadsarchief Rotterdam
- Protest tegen de sloop van Huize Schoonderloo in 1981./ Stadsarchief Rotterdam
- Huize Schoonderloo was vanaf 1979 de plek waar de punkband de Rondo’s en kunstenaarsgroep Raket waren gevestigd. De Raketbasis./ Stadsarchief Rotterdam
- Kaart van het ambacht van Beukelsdijk en het ambacht van Schoonderloo en Cool uit 1760./ Stadsarchief Rotterdam
Paneel Scheepvaartbedrijven
Het kantoorgebouw uit 1922 van de Scheepvaartvereeniging Zuid is een ontwerp van architect Willem Kromhout. In de gevel zijn scheepsmotieven verwerkt. Kromhout heeft in 1925 ook het gebouw van drukkerij Wyt & Zn. ertegenover ontworpen. Beide gebouwen hebben een andere functie gekregen. Wyt is een bedrijfsverzamelgebouw en de SVZ wordt verbouwd tot appartementen.
Naast de SVZ staat het kantoorgebouw voor de firma Stahl & Zn. Het is in 1921 ontworpen door architectenbureau Van der Heijden & Van Nieuwenhuyzen. Carel Frederik Maria Stahl (1864-1942) was houthandelaar en mede door zijn huwelijk met de rijke bankiersdochter Sarah Lydia van Hoboken behoorde hij tot de Rotterdamse financiële elite. Hij was ook consul van Estland; het consulaat was in zijn kantoorgebouw gevestigd. Stahl was voortdurend op reis. In het Stadsarchief bevindt zich een schriftje met een opsomming van zijn 497(!) reizen tussen 1903 en 1940.
Het kantoorgebouw is degelijk en functioneel van opzet, met een fraai artdeco-interieur. In 1937 werd het gebouw verkocht aan de firma Müller & Co, van de Batavierlijn. Daarom heet het gebouw sindsdien Batavierhuis. In 2019 is het gebouw aangekocht door Droom en Daad en verbouwd tot culturele broedplaats en podium voor jonge muzikanten.
Op de noordwesthoek van de Pieter de Hoochweg en de Willem Buytewechstraat staan nog twee monumentale panden, voor het Loodswezen (1921) en voor de Firma Schenker (1920). Van deze gebouwen zijn de architecten niet bekend. Bij het bombardement zijn de tekeningen van Bouw- en Woningtoezicht verloren gegaan. Mogelijk is het gebouw voor het Loodswezen een ontwerp van bouwkundige Cornelis Jelma. In de gevel zijn allerlei beeldhouwwerken over de scheepsbouw te vinden. Deze twee gebouwen zijn als onderwijsgebouw in gebruik bij Codarts.
Verderop aan de Westzeedijk hebben ook andere kantoorgebouwen een nieuwe functie gekregen. De Pepermuntfabriek (1911) op de hoek van de Westzeedijk en 2de IJzerstraat huisvest een school. Van Kaufmann’s Huidenhandel (1910) rest hoofdzakelijk de gevel; erachter is een woningbouwcomplex en een deelgemeentekantoor gebouwd. Het Oceaanhuis is tussen 1909 en 1911 gebouwd naar ontwerp van de architecten J. Verheul Dzn. en C.N. van Goor voor de N.V. Handelsmij. R.S. Stokvis & Zonen Ltd. Het was met een oppervlakte van bijna 5.000 vierkante meter destijds een van de grootste gebouwen van Nederland. Stokvis was bekend van de Erres-wasmachines, de Solex brommers en de Fasto geisers. De merknaam Erres is afgeleid van de voorletters van Raphael Simon Stokvis: R.S. Fasto komt van Frederik Anton Stokvis. Stokvis werd in 1989 opgeheven.
Het gebouw is door Mei architecten verbouwd tot appartementen.
Bijschriften van links naar rechts en boven naar beneden:
- Ontwerptekening van het gebouw voor de Scheepvaartvereeniging Zuid van architect Willem Kromhout./ Collectie Nieuwe Instituut
- Het kantoorgebouw van de firma Stahl & Zn, ontworpen door architectenbureau Van der Heijden & Van Nieuwenhuyzen./ Collectie Nieuwe Instituut
- Reclame voor drukkerij Wyt & Zn./ Stadsarchief Rotterdam
- Interieur van het kantoorgebouw van de firma Stahl & Zn, beter bekend als het Batavierhuis./ Daan Huizinga( Platform Wederopbouw Rotterdam)
- Het Centraal Bureau voor de Arbeidsvoorziening van de SVZ aan de Westzeedijk in 1964/ Stadsarchief Rotterdam
- Bedrijfspand van de N.V. Handelsmaatschappij R.S. Stokvis & Zonen circa 1940. Rechtsonder op de hoek de Pepermuntfabriek van Ten Hope./ KLM Aerocarto (Stadsarchief Rotterdam)
- Het gebouw voor het Loodswezen, vermoedelijk een ontwerp van bouwkundige Cornelis Jelma./ Aad Boer (Stadsarchief Rotterdam)
- Het gebouw voor de firma Schenker aan de Willem Buytewechstraat./ Stadsarchief Rotterdam
- Gebouw van drukkerij Wyt & Zn. uit 1925, ook van architect Willem Kromhout./ Piet Rook
- Art deco interieur van de firma Schenker./ Paul van Galen (RCE)
Peneel Onderwijs
Behalve kantoren en fabrieken zijn er op het Coolhaveneiland opmerkelijk veel onderwijsinstellingen gebouwd. De aanwezigheid van de Machinistenschool (1949) en de Hogere Zeevaartschool (1916) is verklaarbaar en kreeg een logisch vervolg met het Scheepvaart- en Transportcollege aan de kop van de Lloydstraat. Ook voor de hand liggend is de vestiging van de Nederlandsche Handels-Hoogeschool aan de Pieter de Hoochweg. Deze was op initiatief van enkele havenbaronnen opgericht. Het classicistische gebouw van de architecten Van Nieuwenhuijzen en Van der Heijden werd in 1916 in gebruik genomen. De in 1913 opgerichte opleiding is de directe voorloper van de latere Economische Hogeschool en de Erasmus Universiteit. In het gebouw is nu de Theaterschool gevestigd. Die opleiding heeft ook het gebouw van het Rotterdamsch Lyceum uit 1929 aan de Pieter de Hoochstraat in gebruik. Een ontwerp van het bekende architectenbureau De Roos & Overeijnder.
De Hogere Zeevaartschool is in 1833 opgericht, uiteraard in Rotterdam. Hier werden toekomstige stuurlieden en gezagvoerders op passagiers- en vrachtschepen opgeleid. In 1916 werd een nieuw schoolgebouw aan de Pieter de Hoochweg betrokken. Het is een ontwerp van de gemeentearchitecten Walter Dahlen en Dirk Logemann. Dahlen heeft ook de Bergsingel-HBS en de MMS aan de Mecklenburglaan ontworpen. De toren bij de entree heeft een speciale functie: bovenin zit een sterrenwacht. Maar door de schaarste tijdens de Eerste wereldoorlog was er geen geld voor een sterrenkijker, deze kwam pas in 1922. Ook is er een platform om te leren omgaan met een sextant.
Het gebouw is nog steeds in gebruik voor het onderwijs bij de Hogeschool Rotterdam. Het Rotterdamsch Nieuwsblad prijst het gebouw, ‘dat een versiering is van de westelijke stad, fraai van vorm, rustig van kleur en met een stel torens en paviljoens, die zonder de aandacht te veel voor zich te vorderen, een sierlijke en waardige bekroning van het bouwwerk zijn. Ook in het interieur voldoet het ten volle.’
Bijschriften van links naar rechts en boven naar beneden:
- De Nederlandsche Handels-Hoogeschool aan de Pieter de Hoochweg in 1955./ Cock Tholens (Stadsarchief Rotterdam)
- Prentbriefkaart van de Nederlandsche Handels-Hoogeschool uit 1920./ Stadsarchief Rotterdam
- Prentbriefkaart van de Hogere Zeevaartschool uit 1920./ Stadsarchief Rotterdam
- 125 jaar Zeevaartschool in 1958./ Hier Rotterdam
- Op den uitkijk. Oefenen met de sextant op het platform op het dak van de Zeevaartschool./ Groot Rotterdam
- Het Rotterdamsch Lyceum van architecten De Roos & Overeijnder./ Piet Rook
Paneel GEB-gebouw
Het kantoorgebouw voor het Gemeentelijk Energiebedrijf (GEB) uit 1926vormt een monumentale afsluiting van het uitbreidingsplan Dijkzigt. Met een 64 meter hoge kantoortoren nam het gebouw het hoogterecord van het Witte Huis over. Tot 1969 was het het hoogste kantoorgebouw van Nederland! De Hollandsche Beton Maatschappij voerde het betonskelet uit. Het betonskelet staat op een fundering van betonpalen van 18 à 19 meter lengte.
Het ontwerp is van de gemeente-architect Johannes Poot, in samenwerking met stadsarchitecten Willem Gerrit Witteveen en Ad van der Steur. De GEB verzorgde de distributie van gas en elektriciteit. De energiebedrijven zijn in de jaren negentig geprivatiseerd en overgenomen door commerciële partijen
In de hoogbouw was kantoorruimte en in de lagere bouwdelen lagen publieksruimtes en werkplaatsen. Het gebouw had dertien verdiepingen, die volgens een beschrijving in het Bouwkundig Weekblad ingericht zijn voor ‘administratie kantoren, vergaderkamers, Directie kantoren, Ingenieurs kamers, koffiekamers, koffiekeuken, teekenkamers, demonstratie zalen, reserves, bergruimten met waterreservoirs, expansievaten enz.’ De halfronde uitbouw naast de hoofdingang aan de Rochussenstraat was in gebruik als toonzaal. Hier werden geisers, fornuizen en strijkijzers (op gas!) gedemonstreerd.
De gevels van de hoogbouw hebben verticale bakstenen penanten; in de laagbouw zijn de gevels horizontaal van karakter door de bakstenen borstweringen. Bovenin het gebouw is tijdens de bezetting een observatiepost voor Duits afweergeschut gebouwd. Behalve twee liften is er centraal in het gebouw ook een ijzeren wenteltrap.
Het gebouw is sinds 1995 in gebruik als studentenflat. Het maatsysteem van de betonkolommen was relatief eenvoudig om te zetten naar studentenkamers van 5,80 breed en 6,30 lang. Er zijn kamers variërend van 19 tot 49 m2, met of zonder eigen voorzieningen als sanitair en keuken. Er zijn verschillende gemeenschappelijke ruimtes.
Bijschriften van links naar rechts en boven naar beneden:
- De bouw van het GEB-gebouw in 1930./ KLM Aerocarto (Stadsarchief Rotterdam)
- Het GEB-gebouw van architecten Poot, Van der Steur en Witteveen verlicht de donkere stad in 1963./ Stadsarchief Rotterdam
- Reclame voor gas./ Stadsarchief Rotterdam
- Een man demonstreert wasdroger en centrifuge van het merk Erres in een toonzaal van het GEB, 1956./ Stadsarchief Rotterdam
- De halfronde toonzaal in 1931./ Bouwkundig Weekblad 1931
- Het GEB-gebouw, inmiddels een studentenflat, in 2007./ Piet Rook
- De portier in de hal bij het trappenhuis./ Bouwkundig Weekblad 1931
- De publiekshal. Het glazen plafond is bij de transformatie in 1993 dichtgemaakt./ Bouwkundig Weekblad 1931
Paneel Academie voor Beeldende Kunsten
De Rotterdamse Academie voor Beeldende Kunsten en Technische Wetenschappen was gevestigd aan de Coolsingel. Omdat op deze plek de nieuwe Beurs moest komen, kreeg de academie in 1925 een nieuwe plek toegewezen nabij de Pieter de Hoochweg. Stadsarchitect Ad van der Steur maakt een opzet en zijn medewerker B.J.K. Cramer krijgt in 1932 de opdracht. Dat is tegen het zere been van de Rotterdamse architecten, vrijwel allemaal opgeleid aan de academie. Die zien tot hun verbijstering de opdracht naar een Delftse ingenieur gaan. ‘Uiteraard hebben de geruchten over deze beraming in den kring der Rotterdamsche architecten, oud-leerlingen der Academie, reeds groote ontstemming gewekt om het feit, dat dit werk nu ook weer in handen van een niet-Rotterdammer is gekomen.’
Om de lieve vrede te bewaren krijgt Cramer assistentie van het Rotterdamse bureau Meischke & Schmidt. In de crisisjaren is er geen geld voor de bouw. Het oude academiegebouw wordt in 1936 gesloopt en de school moet een tijdelijk gebouw betrekken. Pas in september 1938 wordt met de bouw begonnen. Mei 1941 is het gebouw klaar, maar van lesgeven komt niks. De Duitsers confisqueren het gebouw.
Het gebouw, dat een hoogte heeft van ongeveer 19.50 M., maakt een grootschen indruk. Het heeft drie vleugels, waarvan de oostelijke, waarin de M.T.S. gehuisvest is, 108 meter lang is, de westelijke, welke bestemd is voor de kunstafdeeling 62 meter lang en de vleugel van de machinehal, welke 46 meter lang is. De breedte van deze vleugels bedraagt 17 meter.
De Standaard 19-05-1941
Behalve de kunstacademie huisvest het gebouw ook de MTS. Later wordt het de HTS. De M in de voorgevel wordt gewijzigd in een H. Een academie lijkt dé plek voor beeldende kunsttoepassingen in de architectuur. Maar dat valt tegen. In de gevel boven de entree bevindt zich het beeld Minerva van Gerard Hoppe, docent aan de academie. Minerva is de godin van de wijsheid, de oorlog en de bouwkunst. Binnen bij de entree staat het beeld Aphrodite van Corinne Franzén-Heslenfel. Bij de uitbreiding van het gebouw door de Rotterdamse architect Jan Kruisheer in 1968 kwamen er twee kunstwerken bij: een keramieken wand van Johan van Reede en een beeld van Prometheus van Huib Noorlander. Het gebouw is tussen 1996 en 1998 opnieuw uitgebreid door Rob van Erk (EGM). De kunstacademie is in 1981 verhuisd naar een bankgebouw aan de Blaak en heet nu Willem de Kooning Academie. Het gebouw aan de G.J. de Jonghweg is nu in gebruik bij de Hogeschool Rotterdam.
Bijschriften van links naar rechts en boven naar beneden:
- Academie van Beeldende Kunsten en Technische Wetenschappen in 1959./ Cock Tholens (Stadsarchief Rotterdam)
- De nieuwe Academie./ De Standaard 19 mei 1941
- Achterzijde van de Academie in 1949./ Stadsarchief Rotterdam
- Het beeld Minerva van Gerard Hoppe. De schaduw van het opschrift Academie is nog zichtbaar in de baksteengevel./ Platform Wederopbouw Rotterdam
- Studenten aan het portrettekenen in 1959./ Cock Tholens (Stadsarchief Rotterdam)
- Het kunstwerk van Johan van Reede uit 1968./ Platform Wederopbouw Rotterdam
- Het beeld Prometheus van Huib Noorlander uit 1974./ Platform Wederopbouw Rotterdam
Paneel Belastingkantoor
Het westelijke deel van het Coolhaveneiland werd pas na de Tweede Wereldoorlog bebouwd. Met de bouw van het Belastinggebouw aan de Puntegaalstraat (in de volksmond meestal Pluk-me-kaalstraat genoemd) is al in mei 1938 begonnen. Door de bouwstop tijdens de oorlog -vanaf 1 juli 1942- kon het gebouw pas in 1949 worden voltooid. Pas op 1 juni 1950 werd het officieel in gebruik genomen. In november 1944 was het half afgebouwde gebouw een verzamelplaats voor dwangarbeiders die bij de razzia van Rotterdam waren opgepakt.
Het gebouw heeft een betonskelet, maar het uiterlijk is traditioneel: een symmetrische opzet met monumentale entree en strenge bakstenen gevels. De architectuur is kenmerkend voor de overheidsarchitectuur uit de jaren rond de Tweede Wereldoorlog. Degelijk, sober en traditioneel. Architect was Hayo Hoekstra, één van de ontwerpers bij de Rijksgebouwendienst. Ook de beeldhouwwerken in de gevel -van Adriaan van der Plas- zijn traditioneel. Zoals het imposante wapenschild met de Nederlandse leeuw bovenin het gebouw en de twee ornamenten in de zijgevels van de entree. Bijzonder en uiterst modern voor die tijd zijn de twee boven elkaar gelegen atriums in het middelste bouwdeel, dat met een halfrond dak is bekroond. Het gebouw heeft een paternosterlift.
Het gebouw kwam leeg na het vertrek van de Belastingdienst naar de Kop van Zuid. Tussen 1996 en 1998 is het door architectenbureau De Jong en Bokstein gerenoveerd tot Puntegale. De kantoorruimtes zijn getransformeerd tot 201 studio-appartementen; in de afwijkende ruimtes zijn 18 kantoorruimtes gekomen. De hoge verdiepingen leenden zich goed voor het toevoegen van een tussenvloer. De appartementen zijn vooral bedoeld voor afgestudeerden van de Erasmus Universiteit. Om deze aan de stad te binden.
In 1970 werd aan de Westzeedijk een nieuwe vleugel gebouwd, het Douanekantoor. Conform de tijdgeest een strak, zakelijk ontwerp van architectenbureau Kraaijvanger. Er zijn kantoorvertrekken aan weerszijden van een middengang en een publieksruimte op de begane grond. Het gebouw is in 2016 door architectenbureau Rutten van der Weijden verbouwd tot 141 startersappartementen, met op de begane grond een café-restaurant en een sportschool.
Ook het uit 1964 stammende kantoorgebouw ernaast is tot woningen verbouwd. Hier was het Centraal Bureau voor de Arbeidsvoorziening van de Scheepvaartvereeniging Zuid gevestigd. Het gebouw van architect Joost Boks bevat luxe appartementen en een penthouse voor de renovatiearchitect: Nanne de Ru van Powerhouse.
Bijschriften van links naar rechts en boven naar beneden:
- Het Belastingkantoor aan de Puntegaalstraat in 1959. In de verte de energiecentrale aan de Galvanistraat./ Stadsarchief Rotterdam
- Interieur van het Belastingkantoor in 1961./ Cock Tholens (Stadsarchief Rotterdam)
- Briefhoofden van de inspecteur der directe belastingen./ Collectie Paul Groenendijk
- De paternosterlift draait alleen met Open Monumenten Dagen, helaas mag je er niet meer in./ Itam van Teeseling (Open Monumenten Dagen)
- Verdwenen muurschildering van Bas van der Smit in het Belastingkantoor./ Stadsarchief Rotterdam
- Brochure voor de verbouwing van het Belastingkantoor tot woonwerkgebouw Puntegale uit 1998./ Stadsarchief Rotterdam
- Interieur van een starterswoning in het Douanekantoor./ Freek van Arkel
- Het Douanekantoor, de uitbreiding van het Belastingkantoor van Kraaijvanger Architecten, uit 1970./ Stadsarchief Rotterdam
- Trappenhuis met keramische reliëfs van Ger van Iersel in het Douanekantoor./ Kraaijvanger Architects
Paneel Tweede Wereldoorlog
De oevers van de nieuwe Coolhaven bleven aanvankelijk onbebouwd. Aan de Zuidzijde was bedrijfs- en kantoorruimte gedacht, maar dit was door de economische crisis niet van de grond gekomen. Na het bombardement van het centrum wilden diverse uit de binnenstad verdreven bedrijven hier bouwen. Vanaf de westkant, het Coolhaventerras, werden al enkele gebouwen tijdens de eerste oorlogsjaren gerealiseerd. In de jaren vijftig werd de rest volgebouwd.
Aan de noordoostkant van de Coolhaven, bij het GEB-gebouw, kwamen noodbedrijfspanden. Vijftien door het Rijk beschikbaar gestelde ‘hulphangars’. En er lag tegenover de Schonebergerweg een ‘kantoorschip 1940‘ als tijdelijke bedrijfshuisvesting. Verder bleef de noord- en oostzijde van de Coolhaven onbebouwd.
De nieuwe kunstacademie was in 1941 klaar, maar werd gelijk door de bezetter in gebruik genomen. Halverwege de G.J. de Jonghweg lag de grens van het door de Duitsers gecontroleerde gebied, dat zich van de Zalmhaven tot de Parksluizen uitstrekte. Deze ‘citadel’ was door een tankwal beschermd.
Aan de zuidzijde van de Coolhaven zijn tijdens de eerste oorlogsjaren al enkele bedrijfspanden gerealiseerd.Het eerste gebouw aan de westkant is een bedrijfsgebouw met woningen erboven voor de N.V. Machinehandel Van Wijk en Boerma. Er werd veel beton toegepast in het ontwerp van architect D. Dürrer. Onder andere ook bij de verdiepingsbalklaag, want staal en hout waren slecht leverbaar. Het gebouw uit 1941 is gesloopt. Ernaast kwam het pand voor N.V. van den Toorn’s IJzerhandel van de Utrechtse traditionalistische architect G.M. Leeuwenberg. Het gebouw was eind 1941 klaar en is rond 1977 verbouwd tot studentenflats. Ook hier zijn hout en ijzer zoveel mogelijk vervangen door beton.
Naast Van den Toorn kwam het pand voor de firma P.C.D. Kok, een ontwerp van de Rotterdamse architect J.P.L. Hendriks. Het bevatte een modern geoutilleerde koffie- en pindabranderij, een theemengerij en een opslagplaats van zuidvruchten. Het was gebouwd op de toekomst, want koffie, thee, pinda’s en zuidvruchten werden al lang niet meer aangevoerd. Ook dit pand werd in 1941 vrijwel geheel uit beton opgetrokken, maar afgewerkt met baksteen.
Ook ijzerhandel A. Helders en Zn. N.V. was uit de binnenstad verdreven. Het ontwerp van Herman de Roos was ruim honderd meter lang en werd in twee fases uitgevoerd. Eerst het oostelijke deel van 58 meter inclusief de hoofdentree. Dit eerste deel was in 1942 klaar; de tweede fase werd in 1954 opgeleverd.
Bijschriften van links naar rechts en boven naar beneden:
- De Duitse verdedigingsmuur stond halverwege de G.J. de Jonghweg./ Verzetsmuseum Amsterdam (NIOD)
- Bouw van tijdelijke noodbedrijfspanden aan de Coolhaven in 1940./ Stadsarchief Rotterdam
- In een eindejaarsbericht kijkt de Firma Helders terug op 1940 en kondigt de nieuwbouw aan de Coolhaven aan./ Stadsarchief Rotterdam
- Plattegrond met de Duitse verdedigingswerken rond het Park en het Scheepvaartkwartier./ Museum Rotterdam
- Advertentie voor Van der Toorn’s IJzerhandel./ Collectie Arnold Tak
- In 1941 opgeleverde bedrijfsgebouwen van Kok en Van der Toorn./ Collectie Arnold Tak
- Bedrijfsgebouw Firma Helders in 1955./ F.H. van Dijk (Stadsarchief Rotterdam)
- Interieur van het gebouw van de Firma Helders, tegenwoordig studentenwoningen./ Collectie Han Timmer
- Geromantiseerde tekening van de naoorlogse Coolhaven met het gebouw van de Firma Helders./ Stadsarchief Rotterdam
Paneel Wederopbouw
De bebouwing aan de Coolhaven Zuidzijde is een merkwaardige mix van traditionalistische en modernistische wederopbouw. De helft van de bebouwing aan de zuidzijde is ontworpen door één architect, Dirk Dürrer. Zijn projecten evolueerden van traditioneel tot modern. Veel architecten bewegen mee met de tijdgeest.
Tussen Helders en Kok werd op 18 december 1945 een kantoorgebouw van de N.V. Centrale Suikermaatschappij (CSM) in gebruik genomen. Opnieuw een ontwerp van Jan Hendriks, dat al in 1941 bestekklaar was. Volgens Het Vrije Volk van 25 januari 1946 was dit het eerste na de bevrijding voltooide kantoorpand. Hiernaast werd tussen 1952 en 1956 in twee fases een blok gebouwd met bedrijfsruimtes op de begane grond en woningen op de drie verdiepingen erboven. Er is een poort naar het achterterrein, een soort expeditiehof. Het ontwerp van architect Wim van der Sluijs, een latere compagnon van Hendriks, is veel moderner dan de naaste buren.
Aan de andere kant van Helders werd tussen 1946 en 1947 een pand voor Papiergroothandel v.h. Gebr. Cats gebouwd. Het was een ontwerp van de Kraaijvangers.
De Rotterdamse architect Cornelis Hoogeveen ontwierp de twee woonblokken aan weerszijden van de Pieter de Hoochweg. Het grote bouwblok op de oosthoek heeft een L-vorm en zes woonlagen. Aan de Coolhaven liggen garagebedrijven op de begane grond. Het is tussen 1947 en 1949 gebouwd in opdracht van het pensioenfonds van Unilever. Het is enigszins traditioneel van architectuur, maar het heeft wel een betonskelet en er zijn liften toegepast. De betonnen balkonhekken en de betonelementen en baksteenversieringen in de gevel zijn karakteristiek voor de architectuur kort na de oorlog.
De westhoek van de Pieter de Hoochweg tussen Dunantstraat en Coolhaven werd tussen 1953 en 1956 door dezelfde architect bebouwd met portiekwoningen en bedrijfsruimte. De gevels zijn strak en functioneel en vrijwel zonder enige versiering.
Het complex met woningen op Coolhaven 24-34 is van architectenbureau Margry en werd tussen 1946 en 1953 gebouwd. Erachter ligt het particulier laboratorium ’v.h. Dr A. Verwey‘. In dit indertijd grootste handelslaboratorium van Europa werden monsters en analyses gemaakt van een grote verscheidenheid aan scheepsladingen. Hier zit nu de expositieruimte en kunstcentrum Tent.
Bijschriften van links naar rechts en boven naar beneden:
- Woningbouw met winkels uit 1955 van architectenbureau Vermeer & Herwaarden op de hoek van de Willem Buytewechstraat en de Coolhaven./ Stadsarchief Rotterdam
- De Coolhaven circa 1950. De Machinistenschool en het Belastingkantoor zijn klaar. De noodbedrijfspanden staan er nog./ NIMH
- Advertentie Papiergroothandel v.h. Gebr. Cats./ Het Vrije Volk 27 maart 1946
- Het eerste na de bevrijding voltooide kantoorpand van de N.V. Centrale Suikermaatschappij./ F.H. van Dijk (Stadsarchief Rotterdam)
- Gezicht op de zuidzijde van de Coolhaven in 1948./ Stadsarchief Rotterdam
- Bouw van de opslagplaats van firma Bosma aan de Coolhaven 140 in 1945./ F.H. van Dijk (Stadsarchief Rotterdam)
- Interieur van het laboratorium Verwey, tegenwoordig TENT./ 120 Years Dr. Verwey
- Fotomontage Coolhaven Zuidzijde tussen de 1e IJzerstraat en het Coolhaventerras./ Platform Wederopbouw Rotterdam
De Machinist
De School voor Scheepswerktuigkundigen, meestal kortweg Machinistenschool genoemd, verloor tijdens het bombardement van 1940 zijn gebouw in het centrum. Al tijdens de oorlog werd ontworpen aan nieuwbouw op een locatie op het Coolhaveneiland, waar ook de Hogere Zeevaartschool was gevestigd. Het was in 1949 het eerste schoolgebouw van de wederopbouw. Niet toevallig, want haven en scheepvaart hadden prioriteit. De school was bestemd voor 500 leerlingen. Het gebouw is ontworpen door de Rotterdamse architecten Bernard Cramer en Kees Elffers.
Het L-vormige schoolgebouw bevat theorielokalen in de korte vleugel met een lengte van 45 meter en praktijklokalen en werkplaatsen in de lange vleugel van 61 meter. Het gebouw had op de begane grond een machinekamer voor praktijklessen en een ketelhuis, waar je kon leren stoken. Op de eerste verdieping was een bankwerkerij en een kantine, met terras op het ketelhuis. Op de tweede verdieping was een ‘hypermodern’ elektrotechnisch laboratorium en de tekenzaal. In het gebouw is het niveauverschil van het dijklichaam verwerkt. De entree zit op de hoek van het gebouw en hier bevindt zich ook het hoofdtrappenhuis.
Naast de ingang bevindt zich een reliëf van Adri Blok. De voorstelling heeft de techniek en de zeevaart als onderwerp: linksonder en rechtsboven zijn handelsschepen op driehoekige golven afgebeeld, verbonden door een grote cirkel in het midden met een technisch element uit de machinekamer. De glas-in-loodramen in het gebouw zijn vervaardigd door de bekende glazenier Frans Warffemius. De plafondschilderingen in de aula worden toegeschreven aan de bekende Rotterdamse decoratieschilder Jaap Gidding.
In 2005 gingen zes scheepvaartopleidingen, waaronder de Machinistenschool, naar de nieuwbouw van het Scheepvaart- en Transportcollege. De school werd herbestemd tot bedrijfsverzamelgebouw: ‘kennis-, kunst en cultuurfabriek’ De Machinist. De machinekamer op de begane grond is getransformeerd tot café-restaurant, waarbij de industriële sfeer zoveel mogelijk is behouden. De zolderverdieping is met behulp van dakramen bruikbaar gemaakt voor kantoorruimte.
Bijschriften van links naar rechts en boven naar beneden:
- De Machinistenschool, officieel de School voor Scheepswerktuigkundigen, kort voor oplevering in 1949./ Stadsarchief Rotterdam
- Leerlingen van de Machinistenschool buigen zich over een machine./ Stadsarchief Rotterdam
- De Flambouw, het blad van de leerlingen van de Machinistenschool./ Platform Wederopbouw Rotterdam
- De donkere zolders zijn getransformeerd tot bruikbare ruimtes./ Platform Wederopbouw Rotterdam
- Kunstwerk van Adri Blok aan de gevel van de Machinistenschool./ Platform Wederopbouw Rotterdam
- Eén van de twee wandschilderingen in de aula, vermoedelijk van Jaap Gidding./ Platform Wederopbouw Rotterdam
- De aula van de Machinist met de twee wandschilderingen en het beschilderde plafond./ Platform Wederopbouw Rotterdam
Paneel Gemaal, sluizen en bruggen
Rond de Coolhaven zijn drie civieltechnische bouwwerken te vinden: de Parksluizen (1933), het gemaal Parksluizen (1968) en de Pieter de Hoochbrug (1932).
De Parksluizen vormden een aanzienlijke verbetering voor de doorvaart van (binnenvaart)schepen vanaf de Delfshavense Schie. Voorheen moest alle scheepvaartverkeer door het smalle Delfshaven en de Ruigeplaatsluis. Tegenwoordig passeren circa 22.000 schepen jaarlijks de Parksluizen. Doordat een van de twee bruggen aan weerszijden van de sluis altijd gesloten blijft, ondervindt het verkeer relatief weinig hinder van de vele openstellingen. Het zijn twee basculebruggen. Onder de brug aan de Westzeedijk staat sinds 2020 een gedicht van Esther Naomi Perquin.
Er is een brede Grote Parksluis van 13,55 meter breed voor de binnenvaart en een smalle Kleine Parksluis van 5,95 meter breed voor de pleziervaart. De sluizen scheiden het zoute water van de Nieuwe Maas van het zoete water van de Schie. Het niveauverschil is bijna twee meter. De bedieningsgebouwen zijn ontworpen door gemeentearchitect Bastiaan van der Lecq. De architectuur is geïnspireerd door het werk van de Amerikaanse architect Frank Lloyd Wright. Er zijn vier bedieningsgebouwen, twee transformatorgebouwen, een motorgebouwtje en in het midden een kantoorgebouw. Het complex is sinds 2009 Rijksmonument.
De Pieter de Hoochbrug is vermoedelijk ook ontworpen door Van der Lecq. Het is ook een basculebrug, van beton. Oorspronkelijk een dubbele basculebrug, maar sinds de renovatie van 2004 is het noordelijke deel een vast brugdek. Ook op de onderzijde van de Pieter de Hoochbrug is een gedicht van Ester Naomi Perquin aangebracht. Zij was stadsdichter van Rotterdam en later dichter des vaderlands.
Onder de brug bevinden zich aan weerszijden grote brugkelders voor de installaties, bereikbaar vanaf de kade. In het noordelijke landhoofd bevindt zich sinds 2008 het Museum Rotterdam ’40-’45 NU. Op indringende wijze worden hier oorlog, bombardement en bezetting getoond. Het museum verhuist in 2026 naar de Steigerkerk.
In 1968 werd een cilindervormig betonnen gemaal aan de Coolhaven gebouwd. Een ontwerp van G.J. van der Grinten (Environmental Design) in samenwerking met Ingenieursbureau Dwars, Heederik & Verheij. Het gemaal nam voor een belangrijk deel de taak over van het gemaal Vijfsluizen bij Vlaardingen.
De ronde vorm van het gebouw moest het zicht op de wachtende schepen in de Coolhaven voor het personeel van de Parksluizen zo min mogelijk hinderen. Verder is er een woning voor het bedienend personeel in een apart langwerpig bouwdeel.
Het gemaal mocht geen geluidshinder geven aan de omgeving. Hiervoor werden de wanden gemaakt van 15 centimeter gewapend beton, 5 centimeter spouw en een kalkzandstenen binnenwand met een geluidsabsorberende laag. Door de gescheiden funderingen van woning en gemaal is er in de woning geen enkel motorgeluid of -trilling waarneembaar.
Het ruwe, geprofileerde betonnen oppervlak, waarin het bekistingshout zich aftekent, wordt door veel architecten als bijzonder esthetisch gezien. Het is een voorbeeld van brutalisme. 9 april 1968 werd het gemaal officieel geopend. Toen werd ook het kleurig gevelreliëf met het wapen van Hoogheemraadschap Delfland naar ontwerp van Nico Witteman onthuld.
Bijschriften van links naar rechts en boven naar beneden:
- De Parksluizen kort na oplevering in 1933./ Stadsarchief Rotterdam
- Prentbriefkaart van de Pieter de Hoochbrug./ Stadsarchief Rotterdam
- Het brutalistische gemaal bij de Parksluizen in 1968./ Bouwkundig Weekblad 1968
- Het wapen van hoogheemraadschap Delfland van Nico Witteman./ Stadsarchief Rotterdam
- Overzicht van de Parksluizen in 1990./ Stadsarchief Rotterdam
- Kunstwerk ‘De schaduw’ van Onno Poiesz voor de deur van Museum Rotterdam ’40-’45 NU./ Stadsarchief Rotterdam
Paneel Deense Zeemanskerk
Rotterdam kent van oudsher een grote verscheidenheid aan buitenlandse kerkgenootschappen en kerken. Na de reformatie was Nederland vanwege de godsdienstvrijheid in trek. Later volgden vele zeemanskerken, zoals de Britse Saint Mary's Church (1915), de Noorse kerk (1914) en de Griekse kerk (1957). Vooral bedoeld om de zeelieden te behoeden voor alcoholisme en prostitutiebezoek.
De anglicaanse Saint Mary's Church op de hoek van de Pieter de Hoochweg en Westzeedijk is ontworpen door de bekende architect Jan Verheul Dzn. Saint Mary’s Anglican and Episcopal Church was het eerste gebouw in de polder Schoonderloo. De kerk is nog steeds in gebruik.
Nadat er al vanaf 1876 een Scandinavische zeemansmissie in Rotterdam was, kwam er in 1934 een eerste Deense koopvaardijpredikant. Denen en Zweden gebruikten samen een kerkruimte in een woonhuis aan de Parklaan. Uiteindelijk werd in april 1970 de eerste Deense kerk in Nederland geopend. Door koningin Juliana en koning Frederik. De Lutherse kerk is de officiële Deense staatsgodsdienst en de staat is medefinancier van de zeemanskerken.
Het gebouw is een ontwerp van de bekende Deense kerkenbouwer Holger Jensen. Naast een vrijstaande bakstenen kerkzaal voor zestig personen bestaat het complex uit een langwerpig bouwdeel met een grote recreatieruimte op de begane grond en een woning voor de predikant en ruimtes voor zijn assistenten op de verdieping. De open, lichte recreatieruimte heeft een typisch Deense sfeer door het gebruik van lichte houten wandbekleding en Deens design van onder andere Arne Jacobsen.
Behalve een plek voor religieuze samenkomsten is de Deense kerk vooral een ontmoetingsplek voor Denen in Nederland. Er zijn typisch Deense producten te koop, er is de befaamde jaarlijkse kerstmarkt en de jaarlijkse Holländerbørn-reünie werd er gehouden. Denemarken ving na de oorlog veel kinderen op die de hongerwinter hadden meegemaakt, om aan te sterken. Die kinderen komen naar de reünie.
Bijschriften van links naar rechts en boven naar beneden:
- De Dansk Sømandskirke in 1970./ Archief Deense Zeemanskerk
- De officiële opening op 24 april 1970 met de Deense en Nederlandse koninklijke families./ Ary Groeneveld (Stadsarchief Rotterdam)
- De gesloten gevel van de kerkzaal./ Marlies Lageweg (Platform Wederopbouw Rotterdam)
- Herinnering aan de uitzending van Nederlandse kinderen naar Denemarken in 1945./ Archief Deense Zeemanskerk
- De jaarlijkse kerstbazaar is een belangrijke traditie./ Archief Deense Zeemanskerk
- De bouw van de kerk werd gevolgd in het tijdschrift Havnen./ Archief Deense Zeemanskerk
- Folder./ Archief Deense Zeemanskerk
- Koningin Juliana, prinses Anne en burgemeester Thomassen bij de opening./ Archief Deense Zeemanskerk
Paneel Little C
De strook naast de kunstacademie bleef lang onbebouwd. In 1966 een mooie plek voor het Provisorium, een tijdelijk houten complex voor de studenten van de Medische Faculteit. Dat werd bij ziekenhuis Dijkzigt aan de overkant van de tunneltraverse gebouwd. De opleiding startte al voor het faculteitsgebouw klaar was. Het gebouw werd later nog als school voor fysiotherapie gebruikt, maar is in de jaren tachtig gesloopt.
Vanaf midden jaren tachtig zijn er plannen voor een serie woontorens aan de oevers van de Coolhaven. Door de aanwezigheid van een tippelzone voor prostituees langs de G.J. de Jonghweg tot 1995 kwamen bouwplannen niet van de grond. In 2001 werden twee vijftig meter hoge woontorens van KCAP bij de Pieter de Hoochbrug gebouwd. De andere drie woontorens kwamen er niet.
Op de plek waar ooit het Provisorium stond kwam in 2020 het woningbouwproject Little C. Een project van de architectenbureaus CULD en Inbo. De oever van de Coolhaven werd heringericht en kreeg een recreatieve functie.
Bij nieuwbouwprojecten in Rotterdam denk je al gauw aan woontorens, maar die kwamen hier niet. Het gerealiseerde plan is heel anders: een dichtbebouwde, grootstedelijke combinatie van ruim 320 zowel koop- als huurwoningen en 10.000 vierkante meter kantooroppervlak. Een en ander is ondergebracht in vijftien verschillende gebouwvolumes op een gedeelde parkeergarage. Tussen de gebouwdelen is een fijnmazig verkeersstelsel aangebracht, met smalle en hoge stegen en kleine pleintjes. De gebouwen worden daarnaast deels verbonden met luchtbruggen. Bij een dergelijke dichtheid zijn uitzicht en bezonning niet optimaal, daarom zijn de gebouwclusters voorzien van een collectief dakterras. Het typische materiaalgebruik -rode baksteen, natuursteen, donker staal- en de opvallende stalen buitentrappen lijken geïnspireerd op New York. Het Ronald McDonaldhuis in Little C wordt binnenkort door een loopbrug verbonden met het Erasmus MC.
Ook de stichting Filomena is hier gevestigd. Filomena helpt mensen die te maken hebben met extreme situaties van (ex-) partnergeweld of kindermishandeling. Bijzonder dat dit gevestigd is op de plek waar meerdere vrouwen vermoord zijn; de zgn. prostitutiemoorden. Aan de Coolhaven is ook het complex Dukdalf van het Leger des Heils met 50 opvang- en 30 verpleegplaatsen. En het William Boothhuis, een nachtopvang van het Leger.
De straatnamen in Little C verwijzen naar Abraham Tuschinski en Karl Weisbard. Twee Joodse bioscoopexploitanten die vlakbij aan de Rochussenstraat woonden en in de oorlog zijn vergast. Ode aan Tuschinski – Ode aan de stad is de naam van het Tuschinskimonument uit 2023. Het is een ontwerp van Anne-Mercedes Langhorst en Han Goan Lim. Op de rand van het podium is de tekst ‘Niets is onmogelijk!’ aangebracht, het levensmotto van Tuschinski. Vooral bekend vanwege zijn bijzondere bioscoop in Amsterdam, maar een Poolse Rotterdammer.
Bijschriften van links naar rechts en boven naar beneden:
- Hoge dichtheid in Little C./ Frank Hanswijk
- Het nieuwe ziekenhuis Dijkzigt is klaar in 1968. Het gebied aan de G.J. de Jonghweg ligt nog braak./ Ary Groeneveld (Stadsarchief Rotterdam)
- Juni 1984 wijst de gemeente de G.J. de Jonghweg aan als tippelzone, een gedoogzone voor prostituees. In 1995 is deze verplaatst naar de Keileweg./ Stadsarchief Rotterdam
- De Medische Faculteit startte in 1966 in het noodgebouw 'Provisorium'./ Stadsarchief Rotterdam
- Monument 'Ode aan Tuschinski' uit 2023./ Daan Huizinga(Platform Wederopbouw Rotterdam)
- Rode baksteen, natuursteen en zwart metaal; het materiaalgebruik is geïnspireerd op New York./ Frank Hanswijk
- Overzicht van de wijk Little C./ Erik van den Akker