• Artikelen
  • Nieuw

Bij Groosman maakten ze overal wat van

Elly van der Koore werd kort na de bevrijding geboren. Over de oorlog werd nog vaak gesproken. De armoe, de beperkingen, de gezamenlijke vijand. Het zorgde voor saamhorigheid en een groot arbeidsethos. Zo begon Elly op haar 16e te werken en in de avonduren studeerde ze. Van 1967 tot 1974 werkte Elly bij Groosman & Partners. Zijn gebouwen staan niet hoog op haar favorietenlijst maar ze had er de leukste tijd.

2021 Elly vd Koore1

Elly van der Koore voor haar wederopbouwappartement

2021, Platform Wederopbouw Rotterdam

Lockdown

Als Elly van der Koore de deur van haar wederopbouwappartement in Hillegersberg opendoet om een pakje voor de buren aan te nemen begint ze over de lockdown in coronatijd. “Ik hoor wel eens van mensen dat het zo zielig is dat kinderen nergens heen kunnen. Nou, toen ik jong was ging ik ’s avonds ook nergens heen, want ik zat minstens tot negen uur huiswerk te maken!” De tijden zijn veranderd en het lijkt of kinderen zichzelf niet meer kunnen vermaken. Terwijl het volgens Elly zo eenvoudig kan. “Pasgeleden heb ik met een buurmeisje een appeltaart gebakken. Het kind was super enthousiast.” Natuurlijk is de lockdown niet ideaal, ze wil er zelf ook graag op uit, naar de Doelen of zelfs zoiets gewoons als plassen bij de Bijenkorf. Maar deze tijd heeft volgens haar ook een positieve kant. “Iedereen zegt elkaar weer gedag en mensen helpen elkaar ook meer.” Ze refereert aan de hulp die ze uit haar omgeving kreeg toen ze aan haar schouder geblesseerd was.

1962 fietsen op cs adam NS 17021 UA X99665 171206

Verstuurde fietsen bij het station in 1962

Utrechts Archief, NS 17021, X99665-171206

Fiets opsturen met de trein

Het doet haar ook denken aan de tijd dat de buren van haar ouders een dubbeltje meenamen om de telefoon te mogen gebruiken, de enige in de straat. Of als ze op vakantie gingen naar Hilversum, hun fietsen van tevoren inleverden aan de achterkant van het Centraal Station. Er werd een formulier ingevuld en de fiets kreeg een geel plaatje met naam en adres erop. Die fietsen gingen met de goederentrein naar Utrecht en werden open en bloot bij het station neergezet tot de vakantiegangers hun fietsen kwamen ophalen. Hun koffers werden met een koerier opgestuurd, Snelle Visser. De mevrouw waar het gezin Van der Koore logeerde huurde extra bedden, want zoveel bedden bezat ze niet. Kortom, het was in de wederopbouw minder luxe en dus moest je vanzelfsprekend meer moeite doen.

1955 Unilever Klaver NL Rt SA 4100 1980 4212 01

Het gebouw van Unilever uit 1931 van architect Mertens. De nieuwe uitbreiding wordt aan dit gebouw gekoppeld.

Stadsarchief Rotterdam, Klaver, 1955

07 holbeinhuis 1988 Coolsingel Piet Rook

Het Holbeinhuis als onderdeel van het stedenbouwkundige ritme van de Coolsingel in 1988.

Piet Rook

Gezamenlijke vijand bindt

Mensen deden ook socialer. Volgens Elly kwam dit door de oorlog. “Men had een gezamenlijke vijand. Dat bindt mensen.” Het volgende gezamenlijke doel was de herbouw van de stad. Goederen en geld waren beperkt, het arbeidsethos echter groot. Ook Elly begon na de mulo op haar zestiende te werken en ging in de avonduren naar Volksuniversiteit Schoevers. “Dat was in die tijd heel normaal.” De lijst met bedrijven op haar cv is indrukwekkend. Haar eerste baan was bij het Centraal Bureau voor de Landbouw aan de Haringvliet 100, later op de Blaak. Daarna werkte ze bij het Faculteitsbureau voor de oprichting van Medische Faculteit in 1965. Dat kantoor zat op de Westersingel boven restaurant Hong Kong. “Ik stonk ’s avonds altijd naar Chinees eten!”

Elly heeft een aantal jaren voor een uitzendbureau gewerkt. “Vreselijk leuk. Bij Unilever aan de Wytemaweg, Progress op het Vasteland, Boot & Pit in het Holbeinhuis, ICI aan de Wijnhaven, Moret & Limberg aan het Hang en een blauwe maandag bij Astra Pharma. Ook werd ze naar een notariskantoor Kooyman aan de Oppert gestuurd. “Ik dacht: ‘Daar is vast geen klap aan!’” Het tegendeel bleek waar en ze heeft zich uiteindelijk in de notaris- en advocatuurwereld verdiept.

1975 bouwplaats Cools Poort Keerweer AG NL Rt SA 4121 13584 01

Naast de bouwplaats voor de Coolse Poort ligt de ingang van bureau Groosman aan de Keerweer.

Ary Groeneveld, Stadsarchief Rotterdam, 1975

Groos bij Groosman

Maar van alle banen die ze heeft gehad, heeft ze de zeven jaar bij architectenbureau Groosman aan de Keerweer, als leukste ervaren. “Je wilde eigenlijk geen snipperdag opnemen, bang dat je iets zou missen. Er gebeurde namelijk altijd wel wat.” Ook ’s avonds deden ze veel samen. Trimmen in het Vroezenpark, eten bij de Chinese Muur op de Kruiskade, stukje verderop doorzakken bij de Double Diamond of haar collega’s aanmoedigen bij een van de (nog altijd bestaande) architecten-voetbaltoernooien op Varkenoord of Woudenstein. “Iedereen kwam kijken. En bestekschrijver Jan Hoogland floot dan de wedstrijden.”

Een bestek was voor mij mes en vork.

Zuster, wanneer krijg ik mijn prik?

Ze had absoluut geen verstand van architectuur, “een bestek was voor mij mes en vork”, maar leerde snel bij. Elly ervoer de architectuurwereld als vrijgevochten. De mensen waren recht voor zijn raap en de radio stond de hele dag aan. Ze rakelt een anekdote op over het vertrek van collega Marianne die verpleegster werd. “Gingen al die knullen in polonaise door de gang en zongen ze: “Zuster oh Zuster, wanneer krijg ik mijn prik, dan ben ik mijn schik!” Elly moet er nog om lachen. Het carnavalsliedje van Sjakie Schram uit 1970 blijkt in 2021, met alle te zetten vaccinaties, weer hartstikke actueel.

Sjakie Schram is een Amsterdamse volkszanger die in 1966 grote bekendheid kreeg met het liedje: Glaasje op laat je rijden (geschreven door Joost den Draayer). Hij brak door na zijn optreden bij de show ‘Voor de vuist weg’ van Willem Duys. Jack Jersey schreef het nummer Zuster oh zuster uit 1970. (klik hier voor link naar het liedje)

1925 ca Oud Cafe De Unie wiki

Café de Unie van architect Oud

Wikicommons

1971 Wielerzesdaagse Ahoy Hans Peters Anefo Wiki 924 1808

Het interieur van sportpaleis Ahoy in 1971 tijdens de Wielerzesdaagse. Een ontwerp van Groosman.

Hans Peters, Anefo Wikicommons 924-1808

Liever Oud dan Groosman

De architectuur van Groosman is niet persé haar smaak. “Hij deed veel woningbouw, zoals de Coolse Poort en Pendrecht. Bouwwerken waren vaak kopieën. De woonblokken uit Lombardijen zie je ook in Wassenaar, Almelo en Apeldoorn.” Enkele bijzondere gebouwen van zijn hand vindt ze het diergeneeskunde gebouw in Utrecht, de Sterflat in Amersfoort met in het midden een lichtkolom en natuurlijk sportpaleis Ahoy’. Haar voorkeur gaat uit naar architect Oud met café De Unie of het Witte Dorp. “Hij was de Rem Koolhaas van zijn tijd. Maar,” voegt ze toe ten faveure van de minder uitgesproken architectuur zoals Groosman ontwierp “een hele stad vol met Rem Koolhaas of Winy Maas wil je ook niet.”

1970 C70 H Vrijmoet NL Rt SA 4282 1970 2189

De kabelbaan van C'70 loopt langs het bureauraam van Groosman aan het Binnenwegplein.

H. Vrijmoet, Stadsarchief Rotterdam, 1970

Uitzicht op Ter Meulen

Elke dag liep ze de tien trappen op om bij het secretariaat aan de Keerweer te komen. Ze keek uit op het hofje waar nu de Mediamarkt zit, maar had wel een balkon. En een elektrische typmachine, wat al best modern was. Een kopieermachine bestond echter nog niet en het bureau had daarom een aparte lichtdrukafdeling. “Alles werd gelichtdrukt door Kees de Koning op de bovenste verdieping.” De tekenaars keken uit op Ter Meulen aan het Binnenwegplein. “Tijdens C’70 liep de kabelbaan langs ons kantoor. Kwamen er heel de tijd bakjes met mensen langs de ramen!”

1968 0328 Groosman Europa Hotel aan Europaboulevard Wikicommons 921 2026

Architect Groosman in 1968

Wikicommons 921 2026

Bij Groosman maakten ze overal wat van

Groosman was een dominante maar aardige man volgens Elly. Hij en zijn vrouw waren betrokken bij het wel en wee van hun medewerkers, al werd ook verwacht dat men hard werkte. Zo herinnert ze zich de aanbestedingsdeadline rond de Kerstdagen. “Eigenlijk wilde iedereen vrij, maar ja, we kwamen toch. En toen kwam mevrouw Groosman een grote pan erwtensoep brengen.” Of de aandacht die ze schonken aan verjaardagen en jubilea. “Mijn collega Truus werkte vijf jaar bij het bureau, dus Groosman gaf een speech. Op een kistje vertelde hij zijn verhaal. Breed gebarend zoals hij altijd deed. Maar Truus dacht elke keer dat ze een hand kreeg, dus stak meerdere malen haar hand voor niets uit. Wat hebben we gelachen!” Ondanks de vele leuke banen steekt de periode bij Groosman er bovenuit. Elly knikt: “Bij Groosman maakten ze overal wat van.” Het is een mentaliteit die haar ligt en in een crisis als deze bijzonder goed van pas komt.

Het verhaal van
Elly van der Koore (1945)
Onderwerpen
Verhalen