Bemanning van de stoomboot die Stadsverwarming heet

Bertus Goudriaan werkt al twintig jaar als werktuigkundige bij de Stadsverwarming en pendelt tussen alle onderstations zoals de Blekerstraat en Delftsevaart op en neer.

Leestijd 8 minuten

Het verhaal van
Bertus Goudriaan (1956)
Locatie
Categoriën
Verhalen Baankwartier Laurenskwartier
Bemanning van de stoomboot die Stadsverwarming heet

Bertus Goudriaan in de Blekerstraat

Fort met grote ramen

Bezoek krijgen ze zelden op het onderstation van de stadsverwarming aan de Blekerstraat. En dat is te zien, want het gebouw met zijn grote raampartijen heeft deuren of rolluiken genoeg, maar nergens een bel. In die zin lijkt het wel een fort. De bel aan de zijkant is nog van de voormalige leerschool van het Haven Electriciteitsbedrijf, welk deel van het pand staat al jaren leeg. Niemand die het hoort. Gelukkig weet Bertus Goudriaan, al twintig jaar werktuigkundige van de onderstations in Rotterdam, dat er bezoek is en doet lachend de deur open.

Stadsverwarming?

In Rotterdam hebben veel huishoudens en bedrijven stadsverwarming. Heet water wordt via een netwerk van stadsverwarmings leidingen aangeleverd en afgekoeld teruggevoerd. Het hete water ontstaat tegenwoordig door gebruik te maken van restwarmte van bijvoorbeeld elektriciteitscentrales en is daardoor milieuvriendelijker dan aardgas. Dit principe werd als eerste in 1923 door Utrecht toegepast. Na de oorlog heeft Rotterdam behoorlijk geïnvesteerd in de uitbreiding van het netwerk. Met de huidige energienota heeft Rotterdam de ambitie om in 2030 de helft van alle huishoudens en vastgoed van stadsverwarming te voorzien.

Bemanning van de stoomboot die Stadsverwarming heet

Alleen in nood-nood-noodsituaties

Bertus legt uit dat hij pendelt tussen de verschillende onderstations in de stad. In deze verdeelstations wordt water vanuit de hoofdleiding doorgepompt naar kleinere leidingen of, indien nodig, heet water gestookt. De Delftsevaart van voor de oorlog is ooit gemoderniseerd en draait op gas. Het minder gebruikte station in de Blekerstraat uit 1947 draait nog op olie. “Een olie gestookte ketel is bewerkelijker. Daarom is dit station bemand.” Hij lacht: “Tenminste, op de momenten dat we draaien. En we draaien hier eigenlijk alleen proef. Om te zien of alles het nog doet. Elke maand doen we dat. Dit station is alleen voor nood-nood-noodsituaties.” De laatste keer dat de Blekerstraat warmte moest leveren is al zo’n twaalf jaar geleden.

Een oude stoomboot

Toch komt Bertus liever op de Blekerstraat dan op de Delftsevaart. Hij noemt het een verschil van dag en nacht. “Het voordeel van deze installaties is, dat ze olie gestookt zijn. Komt ik binnen, ruik ik die luchies.” Bertus snuift. “Het is hier allemaal leuk. Het gebouw leeft.” Het is duidelijk dat Bertus vindt dat zijn gevoel over het gebouw niet alleen in woorden uitgedrukt moet worden. “Ik zou best een proefstartje kunnen maken? Als de ketel dan zo aanstaat, begrijp je wel dat het gebouw leeft.”

En hij voegt de daad bij het woord. Hij belt zijn collega Sjaak die op zijn fiets aangesneld komt. Sjaak: “Deze ketel is net een oude stoomboot.” Bertus belt ook de controlekamer van de energiecentrale RoCa (Rotterdam-Capelle a/d IJssel) om te zeggen dat Bertus even warm water gaat leveren aan het net. Eveneens de DCMR (de controlerende instantie op uitlaatgassen) krijgt een belletje. Dan kan de operatie van start.

“Als de ketel dan zo aanstaat, begrijp je wel dat het gebouw leeft.”
Bemanning van de stoomboot die Stadsverwarming heet

Enorme vlammenzee

Bij de drie oliebranders die aan een ketel gekoppeld zijn, moeten de olieleidingen nog handmatig opengedraaid worden. Vanuit de controlekamer, die midden in het gebouw ligt, worden de knoppen om de ketels te activeren aangezet. Nog even een knopje indrukken om de schoorsteenkleppen te openen en het gebouw wordt wakker. Na drie piepjes begint de ketelvoedingpomp te draaien. De mannen horen precies welke pomp aanstaat en welke niet. Een storing bij ketel 1 gooit roet in het eten. “Er brandt een rood lampje op een of ander relais.” Bertus belt meteen voor advies. “Geertje, hebbie effe?” Sjaak loopt heen en weer naar het kastje van de voedingpomp. Binnen enkele minuten is het geregeld en begint ook ketel 1 te ronken. Inmiddels is de enorme vlammenzee in ketel 2 zichtbaar door een kijkraam achterin de vuurhaard van de ketel. De Blekerstraat is tot leven gekomen.

Bemanning van de stoomboot die Stadsverwarming heet

Links 'the Beauty' en rechts 'the Beast'

Bemanning van de stoomboot die Stadsverwarming heet

Bertus (links) en Frans (midden) bij de centrale van de Waalhaven

Beauty & the Beast

Zichtbaar genietend nemen de mannen nog een kop koffie. Bertus: “Hier op de Blekerstraat is het een gevoel van thuiskomen. Ik hou wel van alles wat oud is. Nieuw is veels te steriel.” Daarom vond Bertus het erg jammer dat de electriciteitscentrale aan de Waalhaven sloot. Twaalf jaar werkte hij daar. “Dat was werelds. Dat leefde echt!” Bertus werkte samen met collega Frans. “Beauty en de Beast noemden ze ons,” hij lacht, “Frans was de mooie, ik het beest. Ja dat was een gouden tijd.” Bertus geeft aan dat hij best nostalgisch is. “Je hebt heimwee naar toen. Maar toen bestaat niet meer. Je bovenkamer lijkt dat niet door te hebben. Ik snap er zelfs soms geen reet meer van. Met al die veranderingen zoek ik mezelf."

Van Chinese schepen tot de orgelman

Zijn herinneringen aan vroeger zijn daarom ook kleurrijk. Hij vertelt over de keren dat hij als kind de Chinese schepen op liep. “Gingen we Mao-boekjes en -speldjes bietsen. Vonden de Chinezen wat leuk om te geven.” Of dat hij toentertijd stiekem op bouwterreinen speelde. Hij klauterde naar de bovenste verdieping op het in aanbouw zijnde Erasmus MC. “Je moest daarna wel naar beneden glijden over een soort plateautje, want er zaten nog geen trappen. Heel smal was het. En daarnaast de afgrond.” Hij grijnst en vertelt in een adem door over de nostalgische figuren uit die tijd. Met een pannetje melk halen bij de melkboer. De zingende bakker, omdat ie anders stotterde. De koperpoetser met zijn doekies in zijn lange bruine jas met pet die de deurknop en brievenbus kwam poetsen. Of de schillenboer en kolenboer. Hun kolenhok stond op het balkon, herinnert Bertus zich. “De petroleumboer hielp ik mee. Daarna stonk ik een uur in de wind!” Het was een drukte van belang op straat met al die knakkers die aan de deur kwamen. Bertus laat een filmpje zien over de beroepen van weleer (zie hieronder). Orgeldraaier De Bruijn was berucht. Weleens dronken sleepte de orgelman zijn paard overal mee naartoe, zelfs naar het café. En thuis stond het paard soms in de gang. Bertus: “Ik weet bijna zeker dat daar het lied ‘Er staat een paard in de gang’ vandaan komt.” Bertus vond het prachtig maar zijn ouders waren toch minder blij dat hij met al die figuren omging.

“Je hebt heimwee naar toen. Maar toen bestaat niet meer. Je bovenkamer lijkt dat niet door te hebben."
Bemanning van de stoomboot die Stadsverwarming heet

Het verdeelstation is een wirwar aan leidingen.

Wirwar van leidingen

Zijn vader werkte naast het onderstation bij het Gewestelijk Arbeidsbureau. Bertus zocht hem wel eens op tijdens een van zijn zwerftochten. “Avonturen beleven, noemde ik dat.” Het onderstation was hem toen niet bijzonder opgevallen. Wel weet hij nog ‘dat die (Leuve)flat in de fik stond’. Hij stelt voor om de rest van het gebouw te verkennen en vertelt dat de ketels recent in nostaligisch grijsgroen geschilderd zijn en dat alle asbest verwijderd is. Langs de ketel lopen nog ouderwets grote meetlatten met een wijzer aan een touwtje, die via een katrolletje en een vlotter in de tank het waterniveau of oliepeil aangeeft. De leidingen hebben standaard veiligheidskleuren zoals groen voor water en bruin voor olie. Bertus weet precies hoe de wirwar van leidingen in het gebouw lopen. De grote buizen in de kelder voor de verdeling van het water verdwijnen op verschillende plekken de wijk in. Als Eneco ergens aan de leidingen in de stad werkt zal de aan- of afvoerleiding afgesloten moeten worden. “Het net is altijd in beweging, er moet altijd wel ergens iets gebeuren. En dan komt zo’n gast van Eneco en sluiten we samen de leiding af. De leiding wordt dichtgedraaid met grote handwielen.” Bertus wijst naar de wielen bij de leidingen. “Die wielen worden met een ketting worden vastgezet, zodat je de leiding niet zomaar weer kan openzetten. Met een slot van hun en eentje van mij. Aan dat slot hangt mijn naam of dat van Sjaak en telefoonnummer.” Veiligheid voor alles.

Bemanning van de stoomboot die Stadsverwarming heet

Het onbekende kunstwerk dat in de voormalige school boven het verdeelstation hangt.

Lege school met kunstwerk

Op de bovenverdiepingen zat heel vroeger het kantoor van het GEB (Gemeentelijk Energie Bedrijf) en later de leerschool van het Haven Electriciteitsbedrijf. Er was een klaslokaal, kantine, werkplaatsen met lascabines en kleedkamers met douches. Nu staan de ruimtes al jaren leeg. Bertus vindt het zonde. In de voormalige kantine hangt een roodbruin metalen kunstwerk annex klok. Met vogels en vissen. De herkomst of kunstenaar is onbekend, maar Bertus gaat meteen bellen. Met Frans, de ‘Beauty’, die toevallig net op weg was naar de kapper. Frans denkt dat het uit het kantoor op de Schiehaven komt, maar weet ook niet van wie het ontwerp is. Bertus belooft Frans een fotootje te sturen en bedankt hem voor het meedenken. Problemen zijn er om te lossen. ”Hoe groter het probleem, hoe meer ik in mijn element kom.” Zo geeft Bertus aan dat met de nieuwe woontoren hun ketels net boven de geluidsgrens komen. “Wilden ze eerst een compleet nieuwe wand plaatsen. Ik zei dat ze beter een doos over de pomp konden zetten. Scheelt een ‘paar tientjes!’” Een man van het geijkte pad is Bertus in geen geval. Perfect om een oude stoomboot te bemannen.

”Hoe groter het probleem, hoe meer ik in mijn element kom.”