• Artikelen

Bemanning van de stoomboot die Stadsverwarming heet

Bertus Goudriaan werkt al twintig jaar als werktuigkundige bij de Stadsverwarming en pendelt tussen alle onderstations zoals de Blekerstraat en Delftsevaart op en neer.

Bertus Goudriaan6small

Bertus Goudriaan in de Blekerstraat

Fort met grote ramen

Bezoek krijgen ze zelden op het onderstation van de stadsverwarming aan de Blekerstraat. En dat is te zien, want het gebouw met zijn grote raampartijen heeft deuren of rolluiken genoeg, maar nergens een bel. In die zin lijkt het wel een fort. De bel aan de zijkant is nog van de voormalige leerschool van het Haven Electriciteitsbedrijf, welk deel van het pand staat al jaren leeg. Niemand die het hoort. Gelukkig weet Bertus Goudriaan, al twintig jaar werktuigkundige van de onderstations in Rotterdam, dat er bezoek is en doet lachend de deur open.

Stadsverwarming?

In Rotterdam hebben veel huishoudens en bedrijven stadsverwarming. Heet water wordt via een netwerk van stadsverwarmings leidingen aangeleverd en afgekoeld teruggevoerd. Het hete water ontstaat tegenwoordig door gebruik te maken van restwarmte van bijvoorbeeld elektriciteitscentrales en is daardoor milieuvriendelijker dan aardgas. Dit principe werd als eerste in 1923 door Utrecht toegepast. Na de oorlog heeft Rotterdam behoorlijk geïnvesteerd in de uitbreiding van het netwerk. Met de huidige energienota heeft Rotterdam de ambitie om in 2030 de helft van alle huishoudens en vastgoed van stadsverwarming te voorzien.

Bertus Goudriaan1small

Alleen in nood-nood-noodsituaties

Bertus legt uit dat hij pendelt tussen de verschillende onderstations in de stad. In deze verdeelstations wordt water vanuit de hoofdleiding doorgepompt naar kleinere leidingen of, indien nodig, heet water gestookt. De Delftsevaart van voor de oorlog is ooit gemoderniseerd en draait op gas. Het minder gebruikte station in de Blekerstraat uit 1947 draait nog op olie. “Een olie gestookte ketel is bewerkelijker. Daarom is dit station bemand.” Hij lacht: “Tenminste, op de momenten dat we draaien. En we draaien hier eigenlijk alleen proef. Om te zien of alles het nog doet. Elke maand doen we dat. Dit station is alleen voor nood-nood-noodsituaties.” De laatste keer dat de Blekerstraat warmte moest leveren is al zo’n twaalf jaar geleden.

Een oude stoomboot

Toch komt Bertus liever op de Blekerstraat dan op de Delftsevaart. Hij noemt het een verschil van dag en nacht. “Het voordeel van deze installaties is, dat ze olie gestookt zijn. Komt ik binnen, ruik ik die luchies.” Bertus snuift. “Het is hier allemaal leuk. Het gebouw leeft.” Het is duidelijk dat Bertus vindt dat zijn gevoel over het gebouw niet alleen in woorden uitgedrukt moet worden. “Ik zou best een proefstartje kunnen maken? Als de ketel dan zo aanstaat, begrijp je wel dat het gebouw leeft.”

En hij voegt de daad bij het woord. Hij belt zijn collega Sjaak die op zijn fiets aangesneld komt. Sjaak: “Deze ketel is net een oude stoomboot.” Bertus belt ook de controlekamer van de energiecentrale RoCa (Rotterdam-Capelle a/d IJssel) om te zeggen dat Bertus even warm water gaat leveren aan het net. Eveneens de DCMR (de controlerende instantie op uitlaatgassen) krijgt een belletje. Dan kan de operatie van start.

“Als de ketel dan zo aanstaat, begrijp je wel dat het gebouw leeft.”
Bertus Goudriaan2small

Enorme vlammenzee

Bij de drie oliebranders die aan een ketel gekoppeld zijn, moeten de olieleidingen nog handmatig opengedraaid worden. Vanuit de controlekamer, die midden in het gebouw ligt, worden de knoppen om de ketels te activeren aangezet. Nog even een knopje indrukken om de schoorsteenkleppen te openen en het gebouw wordt wakker. Na drie piepjes begint de ketelvoedingpomp te draaien. De mannen horen precies welke pomp aanstaat en welke niet. Een storing bij ketel 1 gooit roet in het eten. “Er brandt een rood lampje op een of ander relais.” Bertus belt meteen voor advies. “Geertje, hebbie effe?” Sjaak loopt heen en weer naar het kastje van de voedingpomp. Binnen enkele minuten is het geregeld en begint ook ketel 1 te ronken. Inmiddels is de enorme vlammenzee in ketel 2 zichtbaar door een kijkraam achterin de vuurhaard van de ketel. De Blekerstraat is tot leven gekomen.

Bertus-Goudriaan-Beauty-and-Beast

Links 'the Beauty' en rechts 'the Beast'

Bertus-Goudriaan-Waalhaven-Centrale

Bertus (links) en Frans (midden) bij de centrale van de Waalhaven

Beauty & the Beast

Zichtbaar genietend nemen de mannen nog een kop koffie. Bertus: “Hier op de Blekerstraat is het een gevoel van thuiskomen. Ik hou wel van alles wat oud is. Nieuw is veels te steriel.” Daarom vond Bertus het erg jammer dat de electriciteitscentrale aan de Waalhaven sloot. Twaalf jaar werkte hij daar. “Dat was werelds. Dat leefde echt!” Bertus werkte samen met collega Frans. “Beauty en de Beast noemden ze ons,” hij lacht, “Frans was de mooie, ik het beest. Ja dat was een gouden tijd.” Bertus geeft aan dat hij best nostalgisch is. “Je hebt heimwee naar toen. Maar toen bestaat niet meer. Je bovenkamer lijkt dat niet door te hebben. Ik snap er zelfs soms geen reet meer van. Met al die veranderingen zoek ik mezelf."