• Artikelen

Belichaamde Eenheid

De nieuwe uitbreiding van Unilever aan de Rochussenstraat kreeg een kunstwerk voor de hoofdentree. De Belichaamde Eenheid van Wessel Couzijn is na verhuizing van het hoofdkantoor meeverhuisd naar de Blaak.

Couzijn unilever 1963 06 NL Rt SA 4121 6588 ag

Kunstwerk Belichaamde Eenheid van Wessel Couzijn

Stadsarchief Rotterdam, Ary Groeneveld, 1963

De Monsterplastiek van Couzijn voor de Unilever

Rotterdam bezit reeds het grootste beeld van Zadkine, de grootste plastiek van Gabo, het grootste werk van Carasso en een heel groot beeld van Andriessen. Thans is daar de grootste Couzijn bijgekomen. Het maskeert de ingang van het nieuwe gebouw voor Unilever West-Europa aan het s' Jacobplein, een gebouw dat onder architectuur van A.J.B. van de Graaf tot stand kwam. Er is meer dan drie jaar aan dit beeld gewerkt en het resultaat houdt een eindeloze moeite van de beeldhouwer en van de bronsgieters gebr. Joosten gevangen.

De Tijd/De Maasbode 6 juli 1963

Corporate Entity

Het nieuwe kantoorgebouw van Unilever, dat aan de westkant van het complex op het voormalige Land van Hoboken was gebouwd, was rijk voorzien van beeldende kunst. Op elke verdieping was in het trappenhuis een kunstwerk aangebracht; twaalf kunstwerken van twaalf verschillende kunstenaars uit de twaalf Europese landen waar Unilever actief was. Maar de belangrijkste kunsttoepassing was de grote sculptuur bij de hoofdingang. In 1958 gaf Unilever hiervoor een opdracht aan de Amsterdamse beeldhouwer Wessel Couzijn (1912-1984).

Het stelt, volgens de beeldhouwer het margarine- en zeepconcern voor, zoals een buitenstaander het ziet: onbegrijpelijk, terwijl men toch voelt, dat er ergens een ordenende geest achter schuilt, die alles wat verzameld wordt in een bepaalde richting stuwt.

Stan Huygens’ Journaal De Telegraaf 28 november 1962

Wessel Couzijn

Couzijn had een groot deel van zijn jeugd in New York doorgebracht en ook tijdens de Tweede Wereldoorlog verbleef de Joodse kunstenaar in Amerika. Hij kwam daar in contact met Ossip Zadkine en Jackson Pollock. In 1936 had Couzijn de Prix de Rome gewonnen. Hij was getrouwd met een Amerikaanse beeldhouwster, Pearl Perlmuter.

Vermoedelijk speelde het feit dat Couzijn eerder een belangrijke Rotterdamse opdracht was misgelopen een rol. Hij was in 1951 tweede geworden bij de prijsvraag voor een Koopvaardijmonument, maar mede onder druk van de publieke opinie was het ontwerp van derdeprijswinnaar Fred Carasso, De Boeg, uiteindelijk gekozen voor realisatie.

Schrootfraude

In 1959 werd het ontwerp voor de sculptuur goedgekeurd. De oorspronkelijke titel The Manipulator werd vervangen door Corporate Entity, vaak vertaald als Belichaamde eenheid. ‘De directie wou graag een naam hebben, al was het maar als aanduiding,’ aldus Couzijn. Het beeld kreeg uiteraard zoals gebruikelijk in Rotterdam een bijnaam: Schrootfraude.

Couzijn werkte in een expressieve, grotendeels abstracte stijl. ‘In zijn ontwerp voor Unilever wilde Couzijn gestalte geven aan de handelende persoon die van bovenaf orde schept in een complexe organisatiestructuur.’ (Roel Arkesteijn in: Beelden in Rotterdam, 2002) Het beeld bestaat uit drie delen; in het middendeel is een mensfiguur met vlerkachtige ledematen herkenbaar.

Een van de grootste moderne beeldhouwwerken van Europa, het twintig ton zware Unilevermonument van Wessel Couzijn, nadert zijn voltooiing. Bij een lasbedrijf in Soesterberg worden op het ogenblik de 65 onderdelen aan elkaar gemonteerd, nadat het in twee jaar tijd door de firma Joosten te Soest is gegoten. Nooit eerder is in Nederland een monument van een dergelijke omvang -14 meter breed, 7 meter hoog, 8 meter diep- in brons uitgevoerd.

Het Vrije Volk 3 oktober 1962

Cire perdue

Uitvoering van het ontwerp in brons van Couzijn was een technisch hoogstandje. Eerst maakte Couzijn met een aantal assistenten een model op ware grootte uit platen perspex. Daarvoor was speciaal voor dit doel een loods gebouwd. Het model vormde de basis voor het gieten volgens de zogeheten cire perdue-methode. De perspexplaten worden met was bestreken en het geheel wordt weggesmolten, waardoor een contravorm resteert waarin het brons kan worden gegoten. In totaal zestig fragmenten werden zo gegoten en daarna aan elkaar gelast. Het brons werd gegoten door de 29-jarige M.J. Joosten in Soest; het laswerk werd door NV Interlas in Soesterberg verricht. Het kunstwerk van twintigduizend kilo werd per dekschuit in drie delen naar Rotterdam vervoerd. Daar werden de drie delen samengevoegd. Op 11 juni 1963 werd het onthuld.

Men moet beeld en gebouw als een geheel zien en dan trachten te zien dat gebouw en beeld en vijver en straat bij elkaar horen en gezamenlijk dit deel voor de stad zijn. Is men eenmaal zo ver dan kan men de weerspiegeling in het water, de krijtstrepen op het brons, die zijn blijven staan, de „toevals elementen", effecten, die ontstaan zijn door de verkleuring van het brons, het heus niet in millimeters uitgerekende „spel" van grijsbruin, bruin en lichtgroen, de beweging van de vlakken tegenover elkaar, al deze details dus in verbinding brengen met. de indruk, welke het geheel maakt en dan krijgt men een zelfde gevoel als in een kleurige Barok-kerk, het is dan alsof het dode materiaal gaat leven en geluid geeft, misschien niet het serene geluid van een kerkgezang zoals in de kerk, maar wellicht het drukke geluid, niet ongezellig toch, van onze roezige samenleving.

Rein Blijstra in Het Vrije Volk 17 juli 1963

Couzijn unilever 1963 06 11 NL Rt SA 4121 20013 12 4 ag

Mevrouw van Walsum-Quispel onthult het kunstwerk van Couzijn bij de nieuwe uitbreiding van Unilever.

Stadsarchief Rotterdam, Ary Groeneveld, 11 juli 1963

Onder de indruk

Burgemeestersvrouw Van Walsum-Quispel, die de onthulling verrichte, was bang dat ‘het grote, misschien domme, misschien hardleerse, zeker onbarmhartige publiek van leken’ moeite zou hebben met het beeld, maar hoopte dat het net als Zadkine en Gabo zou wennen. De meeste kunstcritici waren enthousiast. ‘De verzamelde kunstenaars en kunstcritici (waaronder verschillende buitenlandse van grote naam als P. Courthion en M. Seuphor uit Parijs en F. Russoli uit Rome) waren merendeels zeer onder de indruk van het werk’, aldus Het Vrije Volk. Kröller-Müller-directeur Hammacher prees Unilever en Rotterdam voor de durf met zoiets nieuws te komen. Maar de kunstcriticus van De Tijd meende, dat het uitgevoerde werk door de technische beperkingen ver achterbleef bij het ontwerp.

Postzegel couzijn1

Postzegel van het kunstwerk Belichaamde Eenheid voor het Unilevergebouw aan het Weena

Anno nu

Bij de verhuizing van Unilever naar een nieuw gebouw aan het Weena werd ook het kunstwerk van Couzijn verplaatst. Het kreeg een nieuwe plek bij de entree onder de open constructie. Hoewel het verplaatsen van beelden een Rotterdamse traditie is, was niet iedereen erover te spreken. Enkele Rotterdamse kunstenaars meenden dat het beeld integraal onderdeel was van het oorspronkelijke gebouw. Cor Kraat: ‘Je kunt een beeld dat zo monumentaal en karakteristiek de huidige plek in de stad vult, niet zomaar meeverhuizen alsof het om een bureaustoel gaat.’ De erven Couzijn waren tevreden met de nieuwe plek; hier was de achterkant van het beeld, net zo mooi als de voorkant, ook goed te zien. Het beeld werd opnieuw in stukken gezaagd en in september 1992 verplaatst. Het kreeg daarmee een meer prominente plaats in de stad.

Periode
1958-1963
Locatie
Blaak 455, Rotterdam, Nederland
Onderwerpen
Kunst
Buurten
Central District