Architect Bakker was een toffe vader

De familie Bakker deelt herinneringen aan hun jeugd, hun vader, de beroemde Rotterdamse wederopbouwarchitect Herman Bakker en zijn gebouwen zoals de Leuveflat, de Maastorenflat, Noordsingel 185 en winkelcentrum Zuidplein.

Leestijd 16 minuten

Architect
Herman Bakker
Het verhaal van
Emile, Ernest en Hilda Bakker (1947, 1949, 1952)
Categoriën
Verhalen
Architect Bakker was een toffe vader

Hilda en Ernest tonen foto van hun vader Herman Bakker

Bakker_Hilda_Ernest_Herman

Het witte huis

Op Valentijnsdag komen broers Ernest en Emile en zus Hilda bijeen om herinneringen op te halen aan hun jeugd. Kinderen van de Rotterdamse architect Herman Bakker. De bijeenkomst vindt plaats in het huis van Hilda, niet ver verwijderd van het woonhuis annex kantoor dat Herman Bakker in 1953 liet bouwen aan de ’s Gravenweg 127. In dat kubistische witte huis, waar bijna alles ontworpen was, van keuken tot meubilair, brachten de kinderen Bakker het grootste gedeelte van hun jeugd door. Direct komt het gesprek op de brandtrap naar het slaapkamerbalkon. Beide broers hebben die trap veelvuldig gebruikt om na nachtelijke avonturen hun slaapkamer in te sluipen. Het balkon liep door tot aan de kamer van hun ouders, dus moesten ze heel stil zijn. Zus Hilda merkt op dat de broers niet de enigen waren die de trap gebruikten. “Er zijn inbrekers geweest terwijl mama lag te rusten.” Toen het moderne huis net was opgeleverd trok het veel bekijks. Ernest: “Er kwamen regelmatig bussen met Japanners langs.” Emile: “Maar de buurt sprak er schande van.” Ze lachen.

Toen de 's Gravenweg net was opgeleverd trok het veel bekijks. Ernest: “Er kwamen regelmatig bussen met Japanners langs.” Emile: “Maar de buurt sprak er schande van."
Architect Bakker was een toffe vader

Feestje Hilda aan de 's Gravenweg met op de achtergrond de keuken ca. 1970

Huis Bakker s Gravenweg rond 1970

Huis 's Gravenweg 127

In 1953 wordt het eigen huis en kantoor gebouwd. De locatiekeuze was verrassend. Mijn vader had de opdracht een huis te ontwerpen voor twee zussen, de apothekerdames Cohen, op de hoek ’s Gravenweg - Oudorpweg. Mijn vader vond het perceel veel te groot voor het huis van de zussen en stelde voor dat hij het perceel aan de ‘s Gravenweg over zou nemen in ruil voor een deel van de prijs voor het complete tekenwerk inclusief ontwerp voor het huis aan de Oudorpweg. De zussen gingen akkoord.

Op de begane grond, aan de achterzijde van het huis, was het kantoor als een soort van souterrain. Daar was plek voor drie tekentafels waaronder die van Jan Hoogstad en Wim Quist. Op de eerste verdieping bevond zich het woonhuis met woonkamer, eetkamer en keuken en aan de achterzijde een balkon. Ook was er aan de voorzijde van de woonkamer met open haard en een soort van opkamer met bureau voor papa. Op de tweede verdieping hadden mijn ouders en vier kinderen hun slaapkamer en één gezamenlijke badkamer.

Aantekeningen Ernest Bakker 2019

Architect Bakker was een toffe vader

Karel van Veen schildert koningin Juliana, 1973

1973 Karel van Veen schildert Juliana

Schilder van koningin Juliana

Achter huize Bakker werd het huis van de zussen Cohen gebouwd. Na hun vertrek betrok kunstschilder Karel van Veen het pand. Hij bouwde een atelier aan het huis waar hij prachtig licht had. De uitbreiding betitelen de broers als lelijk, maar de buurman als aardig. Ernest: “Ik kan me nog herinneren dat hij nerveus rokend door de tuin liep.” Emile: “Ja, hij kreeg bezoek van koningin Juliana. Ik kon vanuit mijn slaapkamer haar in het atelier zien zitten.” Hilda: “Kwam er een AA auto aanrijden om de koningin afzetten. Ja, Van Veen was een heel bekende portretschilder.”

Architect Bakker was een toffe vader

's Gravenweg 127 anno 2019

S Gravenweg 127

Omgedraaid in zijn graf

Toen het ouderlijk huis verkocht werd had geen van de kinderen genoeg geld om het huis over te nemen. Hilda: “Het huis waar ik nu woon is van architect Roos. Het werd in 1962 gebouwd voor de directeur van de Amro Bank. Het is een ‘lillekerd’, maar het woont fantastisch!” Ze sprak laatst de huidige bewoner van nr. 127, die vroeg of ze de bruin geschilderde band op het huis mooi vond. Hilda roept uit: ”Papa zou zich omgedraaid hebben in zijn graf!” Haar broers lachen. Emile geeft aan dat hij nog precies weet hoeveel de ’s Gravenweg heeft gekost. “Honderdduizend gulden. En dat betaalde ie zo af.” Hilda: “Dat was ook de generatie destijds, snel je schulden afbouwen.” Ernest vult aan: “Hij maakte zich wel eens zorgen of iets financieel kon. Maar hij had een heel goede boekhouder en chef de bureau. Die losten alle klereklussen voor papa op.” Emile grinnikt, hij heeft vaak gedacht dat zijn vader per ongeluk vermogend is geworden.

De lening voor de 's Gravenweg was zo afbetaald. Dat was ook de generatie destijds, snel je schulden afbouwen.

Zoon van een kleermaker

Herman Bakker was van eenvoudige komaf. Zijn vader was kleermaker. Emile: “Geboren in de Dirk Smitsstraat, zijstraat van de Jonker Fransstraat. Altijd als ik daar langsfiets, zeg ik: “Hier is die beroemde Rotterdamse architect geboren.”” Hilda lacht: “Emile zijn vrouw hoort dit al 45 jaar!” Als hun vader gaat studeren aan de Academie in Amsterdam leert hij Ernest Groosman kennen, architect en broer van Betty. Herman krijgt verkering met Betty Groosman. Ze was het eerste meisje uit Middelburg dat de HBS had gedaan vertelt Hilda trots. “Mijn moeder zei: “Je moet je eigen centen kunnen verdienen.” Dat was toen heel vooruitstrevend.”

Architect Bakker was een toffe vader

vlnr Emile, Hans, Hilda en Ernest Bakker, 2006

Kinderen Bakker

Van de beddenplank

Herman Bakker en Betty Groosman trouwden in 1946 en kregen vier kinderen: Emile, Ernest, Hilda en Hans. Emile: “Ik ben van de beddenplank! Oftewel zo goed als in de huwelijksnacht verwekt.” Ernest: “Ik vond later een huishoudboekje. Daar stond bij 1 april 1949: 1 sigaar gekocht van 1 gulden ter ere van de geboorte van Ernest.” “En toen ik geboren werd, schreeuwde mijn vader over de hele Oudedijk: “Het is een meisje!”” voegt Hilda toe. En Hans, hoort Hans er wel bij? “Jazeker hoort Hans erbij!” roepen ze in koor. Ze struikelen over elkaars woorden om te vertellen hoe leuk Hans is. Hilda “Hij spreekt vijf of zes talen vloeiend. En hij is de geestigste.” Ernest: “Hij doet altijd Tommy Cooper na.” Emile: “Je kan behoorlijk met hem lachen.” Hilda weet te vertellen dat het trouwservies dat hun ouders op de bon bijelkaar gespaard hadden, later naar Hans is gegaan. Broer Hans woont al jaren in Engeland, maar ze zijn dol op hun jongste broer.

"Ik vond later een huishoudboekje. Daar stond bij 1 april 1949: 1 sigaar gekocht van 1 gulden ter ere van de geboorte van Ernest.”

Als jij je verstand krijgt, word je gek van blijdschap

Ze geven aan dat ze geen van allen een makkelijke schooltijd hebben gehad. Hilda: “Als je een tentamen niet haalde dan zei papa: “Als je nu niet gaat werken, ga je maar een vak leren!” Emile knikt: “Hij maakte ook altijd de grap: “Als jij je verstand krijgt, word je gek van blijdschap!” Ze lachen. Ernest vertelt dat hij naar kostschool moest. Niet zo makkelijk hanteerbaar. Quasi serieus zegt Hilda: “Die schoen naar mama’s hoofd was de druppel geloof ik.” Het was een goede keus van vader en moeder Bakker. Ernest heeft de vier jaren op kostschool als een voorrecht ervaren. Hij vertelt over de keren dat hij door zijn vader met de sportwagen Lancia Sport Zagato opgehaald werd. Iedereen kwam naar het plein om te kijken. Of dat hij betrapt was op het roken van een sigaretje. “Als straf moest ik Broeder Tuinman helpen. Maar dat vond ik helemaal niet erg, want hij rookte ook!” Uiteindelijk hebben ze allemaal school afgemaakt. Emile ging de financiële wereld in, Hilda werd schoonheidsspecialiste, Hans eigenaar van een groot bedrijf bij Oxford en Ernest trad als enige in de voetsporen van zijn vader. Ondanks de verschillende beroepskeuzes mochten ze allemaal bij het starten van hun eigen zaak geld lenen van vader Bakker.

"Als iemand het financieel minder had, klopte deze nooit tevergeefs bij mijn vader aan."

Goed hart

Ze zijn het erover eens, hun vader was een goede vent die zijn eenvoudige komaf niet verloochende. Emile: “Wij zijn in behoorlijke welstand opgevoed, dat mag je gerust weten. Maar als iemand het financieel minder had, klopte deze nooit tevergeefs bij mijn vader aan.” Ernest knikt: “Hij hielp ook veel kunstenaars. Vroegen ze aan mijn vader of ze bij hem mochten schilderen. Dan zei hij: “Ik heb nog een tekenschot leeg, dus ga je gang.” Zaten ze daar met hun potloden en stiften.” Herman ontwierp gratis voor de hockeyclub Leonidas het nieuwe clubhuis en werd daardoor erelid. Het gebouwtje is afgebroken omdat de club ging verhuizen. Ook was hij lid van Stichting Bouwend Rotterdam, een goede doelen stichting.

Boompjes / Stichting Bouwend Rotterdam

Het pand aan de Boompjes dat in 2018 gesloopt is, heeft een apart verhaal. De bouw was in handen van Aannemingsmaatschappij J.P van Eesteren, toen nog geleid door Jaap Senior zoals hij in de volksmond heette. Er was meerwerk en de opdrachtgever was daar niet gecharmeerd van.

Tegelijkertijd was naast het Zuiderziekenhuis “De Ark” in ontwikkeling voor poliopatiënten na de epidemie in 1955. De Ark werd mogelijk gemaakt door Stichting Bouwend Rotterdam. Deze stichting had als doel met name gehandicaptenorganisaties en mensen in de onderste regionen van de samenleving te ondersteunen.

Het bestuur bestond uit een gezelschap van aannemers, architecten en beleidsbepalers in Rotterdam. Initiatiefnemers waren o.a. Jaap van Eesteren en aannemer Arie van der Kloos. Mijn vader is jarenlang bestuurslid geweest van de stichting. Elke week kwam de groep Bouwend Rotterdam bij elkaar in restaurant Le Coq d’Or voor een borreltje en hapje en bespraken de liefdadigheidsprojecten. Zo werd iedereen aangespoord om een bijdrage te leveren voor de Ark.

Jaap van Eesteren deed de eerder genoemde opdrachtgever van de Boompjes, een voorstel om uit de meerwerk-impasse te komen. “Als U bereid bent het bedrag van het meerwerk, in het fonds voor de Ark te storten, leg ik hetzelfde bedrag erbij.” Hetgeen geschiedde en de Ark werd in 1958 gebouwd.

Aantekeningen Ernest Bakker, 2019

Architect Bakker was een toffe vader

Brand in de Leuveflat op 28 juli 1978.

Leuveflat-NL-Rt SA_4100_2003-905-276

Dorus in kantoor de Leuve

De broers en zus springen van de hak op de tak. Zoveel herinneringen komen naar boven. Hilda lacht: “Dat zijn de kinderen Bakker!” Er wordt gesproken over de Leuvetoren waar bureau Bakker gevestigd was. Emile zingt het dijklied van drs. P. En Ernest vertelt een anekdote over Dorus: “Om mijn vader te spreken moest je eerst langs Miep. Niemand kwam langs Miep. Tom Manders (Dorus) lukte het wel, alleen was papa niet op kantoor. Was Dorus op de chaise-longue gaan slapen tot mijn vader er was!” Of de dag dat hun vader in allerijl naar de flat moest. De flat stond in brand! Het viel niet mee om op een dergelijke hoogte blussen. Het lukte toch en het gebouw werd behouden. Ernest: ”Het heeft me altijd verbaasd dat de vloertjes van slechts 120 mm de brand hadden doorstaan!”

Koeienhuiden op kantoor

In opdracht van Philips Pensioenfondsen ontwierp bureau Bakker hun enige hotel, hotel Cocagne in Eindhoven. In het hotel met allure was ook een Orangerie gedacht met een prachtige koepel van glas. Tijdens de bouw ging er faliekant iets mis, een betonwagen zakte door de vloer tijdens het storten en de bouw liep geruime tijd vertraging op. Het was ook een opdracht voor het interieur. Zelfs de stoelen voor de lounge werden door het bureau ontworpen. Ik kan me de geur van de koeienhuiden voor de stoelen nog herinneren. Elke huid die gebruikt moest worden werd in de hal van ons kantoor in de Leuveflat uitgelegd om gecontroleerd te worden op sporen van prikkeldraad.

Aantekeningen Ernest Bakker, 2019

Reizen met oom Rein

De kinderen komen te spreken over de architectuurreizen die hun ouders maakten, samen met oom Rein (Fledderus red.). Hilda: “Ze bleven rustig vijf weken weg. En wij bleven thuis met Miep.” Emile: “Of toen we nog op de Merulaweg woonden, paste Jan Hoogstad vaak op.” Ernest: “Toen Jan Hoogstad eenmaal voor zichzelf wilde beginnen zei papa: “Ik heb een opdracht gekregen voor een winkelcentrum in Hoogvliet. Als we het winkelcentrum eens opsplitsen, dan doe jij links en ik rechts. Maar wel onder mijn supervisie.” Emile en Hilda kenden het verhaal nog niet. Ernest weet ook te vertellen dat hun vader een overeenkomst met oom Rein had gesloten, dat als een van hen zou komen te overlijden, de ander de werknemers van het bureau zou overnemen. Hetgeen inderdaad gebeurde toen oom Rein overleed.

Jan Hoogstad wilde voor zichzelf beginnen, toen zei Herman: “Ik heb een opdracht gekregen voor een winkelcentrum in Hoogvliet. Als we het winkelcentrum eens opsplitsen, dan doe jij links en ik rechts."

Autorit in vaders Bentley

De kinderen benadrukken nogmaals dat ze in een tijd van luxe zijn opgegroeid. Iedere zondagavond aten ze in restaurant De Lijnbaan. Ze kwamen bijna elke week in de Doelen en ze dronken geregeld koffie in het Hilton. Toch had moeder Bakker geen schare personeel in huis, ze kookte bijvoorbeeld liever zelf. Maar als ze ziek was bestelde Herman, die niet zo’n goede kok was, schalen eten bij het chique restaurant de Plasmolens. Ernest: “Kunnen jullie je de Atalanta herinneren? Dat schip van Van Eesteren? Papa voer soms een dag of drie mee. Gingen ze vissen. Maar veel hoefden ze niet te doen, want de chauffeur ging ook mee en hij deed de pieren aan de haak. Kregen zij geen vieze handen!” Emile: “Papa hield van decorum.” Ernest: “Daar werd ie wel op aangekeken.” Een regelmatig terugkerend thema als het over architect Bakker gaat, is zijn levensstijl en liefde voor dure auto’s. Zo bezat hij meerdere auto’s waaronder een Rolls Royce en een Bentley. Hilda: “Papa verheugde zich altijd om in de vakantie met de Bentley naar Bretagne te rijden. Achterin zaten notenhouten tafeltjes, dat vonden wij weer prachtig!”

Herman Bakker hield van decorum. En dure auto's.
Architect Bakker was een toffe vader

Als cadeau voor een bruiloft mocht personeel de Rolls Royce met chauffeur lenen.

Bakker Rolls Royce

Architect Bakker was een toffe vader

De Bentley werd ook uitgeleend aan personeel dat trouwde

Bakker Bentley

Het autopark van vader

Voordat de Rolls Royce verscheen was er een prachtige Bentley S3 Continental. Mijn vader kwam op een bijzondere wijze aan deze auto. Het bureau had twee grote opdrachten in Amsterdam, namelijk een kantoor aan de Wibautstraat voor Caransa en een kantoor plus flats aan de Parnassusweg voor aannemer Van der Meijden. Beide opdrachtgevers vonden al snel huurders zodat het van het grootste belang was op tijd op te leveren. Vrijdags na de bouwvergadering praatten de heren en mijn vader nog even na. Carasanse zei tegen de aannemer:“Ik heb een nieuwe Rolls besteld, maar als jij op tijd oplevert, dan krijg jij zoals afgesproken de mijne.” Waarop de aannemer tegen mijn vader zei: “En als jij op tijd oplevert, krijg je mijn Bentley!” Hetgeen gebeurde.

Een andere deal die onderdeel van het honorarium was bij een groot kantoorgebouw in Delft met een Engelse architect Percy Gray. Het leverde een Londense Taxi op.

Mijn vader was ook gek op snelle auto’s, vooral Lancia’s. Hij was indertijd de trotse bezitter van een Lancia Sport Zagato, een auto van aluminium. Slechts twee exemplaren reden in Nederland rond.

Aantekeningen Ernest Bakker, 2019

Architect Bakker was een toffe vader

Werkkamer van Herman Bakker aan de 's Gravenweg

Werkamer Bakker s Gravenweg

Architect Bakker was een toffe vader

Huis Haamstede van Bakker

Huis Haamstede2 Bakker

Schetspapier naast de stoel

Het gesprek komt weer op de ontwerpen van hun vader. Naast zijn stoel lag altijd een schetsrol. Hilda: “Tijdens borreltijd, sigaartje erbij, kon hij opeens gaan tekenen.” Emile: “Soms ging hij zelfs naar kantoor om iets uit te werken.” Het harde werken van Herman Bakker heeft geresulteerd in een uitgebreid oeuvre, al zijn in Rotterdam reeds meerdere gebouwen gesloopt, zoals het Nedlloydgebouw aan de Zalmhaven, het kantoor aan de Boompjes, het Twaalprovinciënhuis en het verzorgingshuis Gerrit de Koker. Emile: “Waarom dit verzorgingshuis? Na de oorlog waren weinig bouwmaterialen voorradig. Dit pand was opgetrokken uit ondeugdelijk materiaal en is dus snel afgebroken.” De Maastorenflat is een beter lot beschoren, het gebouw aan de voet van de Erasmusbrug is nog immer populair en gemeentelijk monument. Het bekendste project met alle televisieaandacht, is waarschijnlijk winkelcentrum Zuidplein (1972) concluderen de kinderen.

Het harde werken van Herman Bakker heeft geresulteerd in een uitgebreid oeuvre, al zijn in Rotterdam reeds meerdere gebouwen gesloopt.

“Onbekender, maar zo fantastisch,” betoogt Emile, “zijn de woonhuizen die hij heeft ontworpen!” In Haamstede ontwierp hun vader een huis op 65 hectare duingrond, de Vluchthaven heette het, inclusief de keuken, stoelen en zelfs de bedden. Emile: “Ik mocht eens mee, spelen met het zoontje van een opdrachtgever in St. Oedenrode. Pijl en boogschieten. En dan kreeg de butler de opdracht om de pijlen op te halen!” Hilda: “Of dat huis in Mierlo met een complete concertzaal erin!” Ze voegt toe dat de meeste opdrachtgevers goed bevriend raakten met hun ouders.

Directieplee op kantoor Noordsingel

Het gebouw waar de kinderen het meest aan verbonden zijn, is het kantoor aan de Noordsingel. Hans sloeg de eerste paal, Hilda legde de eerste steen, Ernest hees de vlag voor het hoogste punt en Emile opende het pand in 1975. Ernest heeft op deze plek tot 1996 zijn bureau gehad. Hilda: “In een loden koker zat een oorkonde waarop stond dat ik de eerste steen had gelegd. Die koker werd in een holle steen geschoven en ingemetseld. Van Arie van der Kloos kreeg ik een armband waar dit in gegraveerd stond.”

In de bouw werd bovenmatig veel gedronken. En gerookt.

In het kantoor was tot zijn overlijden een grote kamer voor Herman. Ernest: “Met een eigen koffiezetter en eigen wc.” Emile: “O ja, de directieplee.” Hij vervolgt: “Het gaat ook over arbeidsverhoudingen in die tijd. Het was vroeger gewoonte dat personeel achterwaarts de directiekamer uitliep.” Ernest: “Bij Van Ravesteyn, moest je altijd je hoed afnemen.” Een duidelijk andere tijd. Ook alcohol tijdens de lunch was niet ongebruikelijk. Emile: “In de bouw werd bovenmatig veel gedronken.” Ernest: “En gerookt.” Emile: “Papa stond op en begon met roken.” Daar stond een hoog arbeidsethos tegenover. Tot aan zijn dood in 1988 kwam Herman Bakker elke dag op het bureau, waarvan hij nog 1% aandelen bezat. Om tien uur kwam hij binnen, dronk een kopje koffie en ging werken in zijn kamer. Op de vierde verdieping was een appartementje waar hij om 12 uur zijn krant las met een borreltje. Tussen de middag nam hij een broodje filet of oude kaas met een kopje melk en tegen het einde van de dag vertrok hij weer. De kinderen resumeren nogmaals, hun vader was behalve een vlijtige en beroemde architect, een levensgenieter. En een ontzettend innemende man met oog voor anderen. Hilda: “Op papa’s begrafenis waren heel veel mensen!”

Architect Bakker was een toffe vader

Emile houdt het portret van zijn vader vast

Emile Bakker met portret Herman

Boek over papa?

Moet er misschien een boek komen over de man die zoveel gebouwen in de wederopbouw ontworpen heeft? De kinderen reageren terughoudend. Wie zit er nu te wachten op een boek over Herman Bakker? Emile: “Om heel eerlijk te zijn, niet alles over architecten slaat ergens op.” Tegelijkertijd vinden ze dat hun vader veel bijzondere gebouwen ontworpen heeft dus dat een boek niet ondenkbaar is. Herman Bakker genoot zelf wel ontzettend van zijn succes, geeft Emile aan. Dat succes lijkt voor de kinderen Bakker zeker niet het belangrijkste. Zij spreken met zoveel liefde over hun vader, immer liefkozend ‘papa’ genoemd, dat deze beroemde architect voor hen vooral als een fantastische vader gold. Hilda: “Hij was stapel op zijn kinderen. Absoluut.” En dat is de herinnering die als kind het meeste telt. Een mooie Valentijnsgedachte.